Of hoe goedmenenden toch de bal mis kunnen slaan

MO*

 

Sandra Boisseau (Handicap International)

Coronacrisis heeft nooit eerder geziene impact op onderwijssystemen Inclusiegericht denken meer dan ooit noodzakelijk in het onderwijs Wereldwijd hadden ongeveer 250 miljoen kinderen – of 1 op de 5 – op schoolgaande leeftijd geen toegang tot onderwijs vorig jaar. De ongelijkheid op het vlak van scholing en opleiding hangt nog steeds heel erg af van de regio, gender, handicap, sociaal-economische situatie, etniciteit, leefomgeving en uiteraard van bepaalde crisissituaties. De coronacrisis heeft dan ook een nooit eerder geziene impact op de onderwijssystemen overal in de wereld.

Een aantal jaren geleden heb ik in Zuid-Afrika een schooltje bezocht waar Vlaamse nonnekes blinde negerkinderen opvingen. Daar ben ik zwaar onder de indruk geraakt van een zwarte onderwijzer die me vertelde over zijn werk en zijn motivatie om zich voor die kinderen in te zetten.

Geen haar op mijn hoofd dus dat er aan denkt om het werk van Handicap International af te breken.

En toch heb ik twee bedenkingen bij dit artikel van Sandra Boisseau.

De eerste bedenking gaat over inclusief onderwijs. Ik ben daarvoor, maar op dit ogenblik is er een groep zogenaamde linksen voor wie de inclusiviteit een speerpunt is in de strijd voor die kinderen. Als je die mensen hun zin geeft, worden alle leerlingen, met en zonder handicap gewoon samen gezet. Soms kan dat. Wanneer een kind enkel motorisch gehandicapt is (door een aangeboren letsel of door een ongeval) en in een rolstoel zit, moéten er de nodige middelen worden vrij gemaakt om dat kind in het reguliere onderwijs te laten meedraaien. Dan moét het nodige geld worden vrijgemaakt voor de installatie van liften (bij wijze van voorbeeld.) Ook bepaalde vormen van autisme laten dit toe. Maar er zijn ook vormen van autisme (weer bij wijze van voorbeeld) waarbij zo ’n kind totaal verloren loopt tussen “normale” kinderen. Dan is het misdadig om die inclusiviteit toch te willen forceren. Er zijn nu eenmaal grenzen aan de mogelijkheden van de kinderen zelf, maar ook aan die van het begeleidend personeel. 

De manier waarop de inclusiviteitsfanaten  actie voeren is onzin die voortkomt uit de linkse obsessie van “iedereen gelijk”. Je vindt die onzin ook terug in zoveel plannen voor onderwijshervormingen die de laatste jaren bij ons zijn gelanceerd. Denk daarbij aan het samenzetten van kinderen die vroeger apart zaten in het technisch-, beroeps-, en algemeen vormend onderwijs. Die (in mijn ogen nep-) linksen steigeren bij de idee dat de leerlingen van het ASO een soort elite zouden zijn. Maar wat is er op tegen dat er een elite is van mensen die uitblinken door hun kennis van de wiskunde, of door hun bekwaamheid om hout te bewerken ?

Mag ik nog wat meer waardering hebben voor een echte vakman dan voor een klommelaar ? Ik gebruik nu met opzet een denigrerend woord. Maar is het vernederend als ik iemand die minder aanleg heeft, eenvoudigere opdrachten geef ? Als hij die eenvoudige opdrachten goed uitvoert, is hij geen klommelaar meer. En krijgt hij evenveel waardering. De juiste ongelijkheid is soms een voorwaarde voor de juiste gelijkheid. Maar dat gaat aan die nep linkse politiek correcten voorbij. Herinner je je de bepaling van politiek correcte waarin de term obsessie voorkomt.

Inclusiviteit is op zich geen eis, maar soms een evidentie en zeer wenselijk waar mogelijk.

Een tweede kritiek komt voort uit het feit dat ik de situatie van gehandicapte kinderen qua onderwijs in de wereld kan samenvatten in één woord: armoede.

Armoede is de oorzaak. Dat betekent dat alle inspanningen voor verbetering van de toestand gelijk staan met “dweilen met de kraan open” als ze niet samengaan met strijd tegen de armoede.

In de strijd tegen de armoede maken nogal wat linksen de fout dat ze die strijd gelijk stellen met “betere leefomstandigheden” voor de armen. Maar de strijd tegen de armoede is strijd tegen het bestaan van de armoede zelf, en dus tegen het bestaan van armen.

Die strijd is fundamenteel de strijd tegen het systeem dat armoede creëert. Armoede is een essentieel onderdeel van het kapitalisme. De reden is simpel: de hele zaak draait op concurrentie en is gericht op winstbejag. Bij concurrentie heb je altijd verliezers en als de winnaars gedreven worden door winstbejag, leidt dat onvermijdelijk tot armen. Concurrentie en winstbejag versterken mekaar. Winstbejag is in het kapitalisme niet enkel een menselijke ondeugd, maar maakt integraal deel uit van het systeem: wie meedraait in de concurrentie moét streven naar maximaal winstbejag. Wie minder winst maakt, verliest vroeg of laat de concurrentiestrijd. Daarvoor zijn er twee redenen.

De eerste speelt zich af op de beurs: een bedrijf dat minder winst maakt, haalt ook minder geld binnen en kan dus ook minder investeren in vernieuwingen, in goedkoper produceren en in productieverbeteringen.

En, heel simpel: ook in de economie gaat het leven met ups en downs. Winst is een buffer voor als het minder goed gaat. Wie in een crisistijd geen buffer heeft, gaat failliet.

Vind ik nu dat deze bedenking over de oorzaak er toe moet leiden dat de inspanningen om het lot van gehandicapten, worden stop gezet en dat echt alles enkel moet worden ingezet op de strijd tegen de oorzaak: het kapitalistisch systeem ? Neen, natuurlijk niet. Als je niet wil vechten voor de concrete mensen van nu, waarom zou je dan vechten voor de mensen van de toekomst ?

Er zijn linksen die vinden dat je een generatie mag opofferen in de strijd om de wereld beter te maken voor de volgende generaties. Ik hoor niet bij die linksen. Maar zelfs als je die redenering zou aanhouden, zou je de gehandicapten niet in de steek mogen laten, want dat zou niets bijbrengen in de strijd tegen het kapitalisme.

Maar ik vind dus wel dat organisaties zoals Handicap International naast de concrete inzet voor de gehandicapten, ook zouden moeten werken aan de bewustwording van de oorzaak van het probleem.

Andersom is ook waar: wie zich inzet voor de strijd tegen het kapitalisme maar niet tegelijkertijd ook begaan is met de concrete mens naast hem, vervalt in een soort ijdel egocentrisme dat onmogelijk kan bijdragen tot de opbouw van die betere wereld.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *