Het belgische democratische deficit

Doorbraak

Pieter Van den Bossche

Populisme staat haaks op doordacht politiek beleid

Journalisten en politieke analisten van om het even welke strekking zijn het voor één keer roerend eens met elkaar. Politiek rechts bevindt zich in Vlaanderen momenteel in een ongelooflijk aangename positie

“Pieter Van den Bossche is vader, leraar en classicus. In die volgorde. Als leraar geef ik Latijn, Grieks en filosofie in het Sint-Vincentiusinstituut te Gijzegem, maar in mijn vrije tijd experimenteer ik met hout, baksteen en metaal.” 

Iedereen heeft recht op zijn mening. Zelfs Pieter Van den Bossche. Het kan goed zijn dat hij een goede vader, leraar, classicus en knutselaar is en dat ik het aangenaam zou vinden om bij een goed glas cognac met hem een boompje op te zetten over Descartes, ook al ben ik geen filosoof. Maar wat hij hier schrijft over democratie raakt kant nog wal.

Het probleem is dat hij het heeft over een normale democratie. Maar dat is belgië niet.

Pieter vertrekt van de liberale idee van een democratie: “een mens, één stem”, in een vertegenwoordigende parlementaire democratie met politieke partijen. In zo ‘n democratie is de huidige vivanti-regering democratisch, zeker formeel, te verantwoorden. Er wordt geen enkele regel overtreden.

Maar belgië is niet zo maar een parlementaire democratie. Er is een tweespalt tussen het federale- en het deelstaatniveau.

Daarbij spelen de speciale meerderheden, vetorechten en de grendels een rol. Je moet specialist zijn om daarin je weg te vinden, maar het komt er op neer dat op allerlei manieren de Vlaamse meerderheid in belgië wordt afgebroken. De Vlamingen zijn in de meerderheid, maar in de democratie wordt er gedaan alsof dat niet zo is en alsof er evenveel Franstaligen zijn. Op dat ogenblik verlaat je al het principe van één man, één stem.

In de federale regering moeten er evenveel Vlaamse als Franstalige ministers zijn. Maar in een land met een beduidende Vlaamse meerderheid zou er “met één man, één stem” een meerderheid van Vlaamse ministers moeten zijn. In belgië is de stem van een Franstalige meer waard dan die van een Vlaming.

Je zou die gelijkheid van Franstaligen en Vlamingen kunnen verantwoorden als je zou vertrekken van twee staten die samenwerken (confederalisme) waarbij iedere staat ongeacht het aantal inwoners evenveel stem zou hebben. Je creëert dan een democratie van staten, met “één staat, één stem” waarbij de confederale afspraken de terreinen afbakenen waarop deze democratie van toepassing is. Dat is perfect verdedigbaar. Het is ook het principe in de Europese Unie.

Maar belgië is geen confederatie. De democratie is een mengsel van de liberale en confederale democratie.

Bij de federale verkiezingen en regeringsvorming wordt er van uitgegaan dat het een liberale democratie is, terwijl dat door de hele belgische constructie niet zo is. In een liberale democratie is vivaldi perfect democratisch, in een confederale democratie totaal niet.

Nu kan je zeggen: maar belgië is geen confederatie. Dat is natuurlijk juist, maar dat is juist het probleem: belgië is geen liberale democratie en evenmin een confederale. En dus ontstaat er een democratisch deficit. Je kan niet zeggen: één man, één stem en dat principe laten functioneren in een structuur waarbij het niet geldt.

Of nog: in een unitair belgië is vivaldi perfect democratisch. Maar dat unitaire belgië bestaat niet (meer).

Er gaan stemmen op om terug te keren naar een unitair belgië. Ik kom ze tegen op facebook en telkens opnieuw moet ik aan die mensen vragen om argumentatie. Verder dan: “we zijn toch allemaal belgen” en “eendracht maakt macht” geraken ze niet. Op het vlak van de belgische staatsstructuur heerst er een geweldige onwetendheid. Geen enkele politicus durft het in het openbaar hebben over de grendels, de vetorechten, de speciale meerderheden. De zaak is gewoon niet uit te leggen. belgicisme wordt gekenmerkt door onwetendheid. Natuurlijk ook door domheid, maar ik ben in een vriendelijke bui.

Voor mijn part mogen we – als het gaat om democratie – terugkeren naar een unitair belgië. Maar dan moeten we consequent zijn en in die ene democratie het principe van “één mens, één stem” toepassen, wat betekent dat de Vlamingen op alle bestuursvlakken in de meerderheid zijn. De Franstaligen willen dat niet. Voor mijn part hebben ze gelijk, want dat zou inhouden dat ze de dominantie van Vlaanderen moeten ondergaan en, bijvoorbeeld niet meer zelf hun economische politiek kunnen bepalen.

Er zijn natuurlijk Franstaligen die ballonnetjes over een unitair belgië oplaten. Maar dat is enkel bedoeld om de Vlaamse belgicisten wat aan te porren in hun strijd tegen de Vlaamse onafhankelijkheid. Die Vlaamse onafhankelijkheid zou immers het einde betekenen van de grondwettelijk vastgelegde transfers van Vlaams geld naar Wallonië waar de Parti Socialiste haar macht op bouwt. 

De transfers zouden in een confederatie nog altijd mogelijk zijn (zeker als in Vlaanderen de pvda sterk zou staan), maar ze zouden dan afhangen van de Vlaamse goedwil en niet grondwettelijk afgedwongen kunnen worden.

In Wallonië is er op dit ogenblik een linkse elite die inziet dat de belgische constructie onhoudbaar is en die het confederalisme voorbereidt. Daarin speelt mee dat ze de verrechtsing van Vlaanderen ervaart als een rem op een linkse politiek in Wallonië. Maar ook dat ze zeer goed inziet dat een ordentelijke en vriendschappelijke manier van scheiden de transfers nog, in ieder geval gedeeltelijk en tijdelijk, zou kunnen redden. Bij een vechtscheiding zal dat natuurlijk niet zo zijn. Het akkoord tussen Magnette en De Wever was een stap in die richting. Het koninklijk hof en zijn aanhangsel, de liberale “familie” heeft dit getorpedeerd niet omdat ze begaan zijn met de solidariteit tussen Vlaanderen en Wallonië, maar omdat de afschaffing van belgië de ontmanteling zou betekenen van het belgische grootkapitaal dat zich op de belgische structuur heeft geënt. Dat is het drama van de linkse belgicisten: ze zijn objectief bondgenoot van het belgische grootkapitaal en ze hypothekeren de solidariteit. In ieder geval hebben ze een onafhankelijk Vlaanderen in een eerste fase al overgelaten aan rechts, en in het ergste geval aan extreem rechts.

Wat Pieter schrijft over de betekenis van het woord “”minister” toont aan dat hij Latijn kent, maar totaal niet begrijpt hoe onze maatschappij in mekaar steekt: ja, “minister” betekent dienaar. Maar de vraag is: wie dient hij ? 

 

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *