Fratelli Tutti

Kerknet

4 kerkelijke waarnemers over de nieuwe sociale encycliek

Bisschop Lode Van Hecke, Ellen Van Stichel (expert sociaal denken van de kerk), Wim Vandewiele (Pax Christi) en Catherine De Ryck (Missio) reageren

Wie af en toe mijn blogs leest, weet al dat ik niet zo maar houd van de kerk – om het zacht uit te drukken. Ze is en blijft de hoer van de geschiedenis.

Nu heb ik geen ervaring met hoeren. Maar ik heb een priester gekend die een hoer als vriendin had. En hij beweerde bij hoog en laag dat er ook goede hoeren zijn. Overigens was hij ook een goed priester. Zeldzaam in dat ras.

Niettegenstaande mijn afkeer van de kerk kan ik er dus wel niet omheen dat zelfs die verrotte kerk bijgedragen heeft tot het eeuwenlang doorgeven van de boodschap van die Jezus van Nazareth. Of die al dan niet echt bestaan heeft, is een totaal irrelevante vraag.

Een paus had/heeft wel niet de macht om heel de kerk naar zijn hand te zetten. Maar hij is wel een belangrijk element in het aanzien van die kerk.

Er zijn in de recente geschiedenis pausen geweest waarvoor ik waardering kan opbrengen.

Leo XIII schreef Rerum Novarum waarin hij een vorm van socialisme propageerde. Als antikapitalist ben ik niet voor socialisme. Maar in de tijd van Leo XIII was zijn socialisme wel een stap vooruit, en zoals gebleken is, een menselijkere stap dan het reële sovjet-communisme. Als stap in de evolutie naar een echt menselijke samenleving kan ik het socialisme en de sociale leer van de kerk dus wel waarderen. Alleen moeten we natuurlijk na die stap niet blijven stilstaan en verder doorgroeien naar een fundamenteel alternatief voor het kapitalisme.

Johannes XIII was een verademing, een mens na de Madame Tussaud Pius XII. Hij lanceerde het Tweede Vaticaans concilie. Dat concilie kwam tientallen jaren te laat. Maar dat is niet de fout van Johannes.

En nu hebben we dus Franciscus. Ik heb uitspraken van hem gehoord waarbij ik dacht: maar man toch, wat kraam je nu uit ? Maar zijn basisinspiratie is wel echt christelijk. Zijn optreden wordt gekenmerkt door een zekere spontaniteit en dat hij daarin soms uitspraken doet die niet voldoende genuanceerd zijn, kan ik hem dus vergeven. Het maakt hem menselijk en dus zal hij wel een heilige worden. Tussen haakjes – voor wie ambitie heeft: een heilige ben je nooit, je blijft het altijd worden. In ieder geval is hij door zijn menselijkheid heiliger dan pausen zoals de Poolse narcist Johannes Paulus II die dacht dat hij de vertegenwoordiger van God op aarde was. Gelukkig “was”.

Fratelli Tutti. Eigenlijk is dat Italiaans toch een mooie taal. Ik hou van het Vlaams-Nederlands, maar Italiaans is mooier.

Ik beken: ik heb de tekst nog niet gelezen. Ik ben niet genoeg thuis in kerkelijke kringen om te weten of er al een Nederlandstalige versie beschikbaar is en waar ik die op de kop zou kunnen tikken. Dus moet ik mij beperken tot meer algemene bespiegelingen en verder gaan op wat ik lees in artikels zoals dit op Kerknet.

Alle Menschen Brüder ! Na vrijheid, en gelijkheid is broederlijkheid het derde element in de leuze van de Verlichting. Het is een verwaarloosd element. Eigenlijk past het er ook niet bij: broederlijkheid is van een andere orde dan vrijheid en gelijkheid. Broederlijkheid gaat menselijk veel dieper. Ik kan de vrijheid van mensen respecteren en streven naar gelijkheid, maar daardoor ben ik nog niet broederlijk. Vrijheid en gelijkheid zijn natuurlijk na te streven, maar zijn oppervlakkig, vergeleken met broederlijkheid. Broederlijkheid maakt het streven naar vrijheid en gelijkheid overbodig. Vrijheid en gelijkheid zijn categorieën. Mijn broeder is een mens.

Vergelijk het met de relatie tussen liefde en rechtvaardigheid. Uiteraard is er geen liefde mogelijk als er geen rechtvaardigheid is. Maar na de rechtvaardigheid zet de liefde een enorme stap verder in menselijkheid die de rechtvaardigheid irrelevant maakt.

Een rechtse rakker stelt Jezus de vraag: wie is mijn naaste ? (Eigen volk eerst ?) Als antwoord vertelt Jezus dit verhaaltje:

Een autochtoon wordt op reis overvallen en beroofd en gekwetst achter gelaten langs de weg. Een priester en een hooggeplaatst politieker komen voorbij maar steken geen poot uit om de sukkelaar te helpen. Dan komt er een vreemdeling. Hij verzorgt de wonden van de gekwetste en brengt hem naar een herberg (er waren nog geen ziekenhuizen) en geeft de herbergier geld om de man te huisvesten en te verzorgen…

Welaan dan, wie van de drie is de naaste geweest van de gekwetste ?

Merk op dat Jezus niet antwoordt op de vraag “wie is mijn naaste ?” Zowat iedereen identificeert zich spontaan met de voorbijgangers en dan is het antwoord: de gekwetste is mijn naaste.

Maar Jezus identificeert zich met de gekwetste en stelt de vraag: wie is de naaste van de gekwetste ?

Dat verschil in identificatie is de stap van gewone goedheid naar broederlijkheid.

Ik kan van een sukkelaar mijn naaste maken. Dan haal ik de arme naar mij toe en probeer hem mij nabij te maken. In broederlijkheid gaat het andersom: ik ga naar de arme toe en word hem nabij. Dat is wat broeders doen: er is geen sprake van rijke en arme. Ze zijn gelijk en beleven het zelfde lot. Het is geen kwestie van goed zijn voor de ander. Het is gewoon zo.

Natuurlijk zijn we niet zo maar allemaal broeders. Als ik rondom mij kijk zie ik overal mensen die een ander lot beleven dan ik. Voor velen is dat lot minder gunstig dan voor mij. Dan roept Jezus me op om de broeder te worden die ik nog niet ben. De vreemdeling in het verhaal heeft die oproep gehoord. Misschien had hij nog wat meer broeder kunnen worden en nog wat meer kunnen doen. Dat geldt ook altijd voor mij. Maar het belangrijke is dat ik op weg ga. Hoe ver ik geraak zien we dan wel.

Wie naar een radicaal doorleefd voorbeeld zoekt van deze broederlijkheid moet kennis maken met Charles de Foucauld  die blijkbaar in de encycliek vernoemd wordt. Doorzie vormen van piëtisme en dring door tot de kern van zijn spiritualiteit.

 

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *