Wat is de waarde van de C bij de Cd&v ?

Logia

Mark Van de Voorde

Een nieuw imago, meer dan een nieuwe naam’

Het naamspektakel van Vooruit illustreert volgens Mark Van de Voorde een diepere politieke malaise

Van de Voorde is niet mijn grote vriend, maar hier heeft hij gelijk.

Alle politieke partijen zijn op dit ogenblik in hetzelfde bedje ziek: het zijn verkiezingsmachines met slechts één doel: verkiezingen winnen.

Maar een partij moet niet op de eerste plaats een verkiezingsmachine zijn. Het moet een vereniging zijn van mensen die mekaar vinden in een visie op mens en samenleving. Haar eerste doel zou moeten zijn om die visie onder de bevolking te verspreiden. Bij verkiezingen kunnen de mensen dan kiezen volgens welke visie ze de samenleving georganiseerd willen zien.

Maar nu zoeken de partijen vooral naar wat de bevolking zou kunnen overhalen om voor hen te stemmen. En dus drummen ze allemaal samen in het midden. Zelfs de meest extremistische partijen zoals Pvda en vlaams blok doen dat.  Eigenlijk is dat in essentie populistisch.

Nu is het natuurlijk zo dat, zeker de Sp-a en Cd&v niet meer duidelijk weten welk nu eigenlijk hun basisvisie is. Het is in deze tijd ook niet gemakkelijk: wat is socialisme eigenlijk in deze tijd, bij ons ? Dezelfde vraag stelt zich voor het christendom als maatschappijvisie. De liberalen hebben het nog het gemakkelijkste: ze zijn de partij van het kapitaal. Over de Groenen heb ik het niet: die hebben geen mensvisie en geen visie op de samenleving. Die zijn enkel groen. 

Wat de huidige toestand betreft: een partij die een essentieel element van de visie niet meer in haar naam wil gezien hebben, moet zichzelf opdoeken.

Wat de socialisten betreft: als de partij toch wil blijven bestaan, had ze zich beter Conner geheten dan Vooruit.

Maar ik wil het hier hebben over de C van de Cd&v.

Een christelijke visie op mens en samenleving… wat zou dat kunnen betekenen ?

De mensvisie kan je eenvoudig samenvatten: de mens is geroepen om lief te hebben en die liefde niet te beperken tot “aangename” mensen of groepsgenoten, maar tot àlle mensen, zelfs de mensen die eigenlijk geen liefde verdienen.

De maatschappijvisie kan enkel een afgeleide zijn: gezien de tijd van toen, was het onmogelijk dat Jezus of de eerste christenen een echte maatschappijvisie konden ontwikkelen.

Het gaat er dus om om het begrip liefde te integreren in een maatschappijvisie.

Liefde valt niet samen met goed zijn voor iemand. Liefde zit dieper. Ze is in de eerste plaats een interpersoonlijk gegeven. Ze is een ontmoeting tussen personen. 

Voor mij ligt hier qua samenleving een grondig onderscheid tussen christendom en socialisme. Beiden zullen strijden tegen armoede en eerlijke verdeling van welvaart. Maar bij het socialisme beperkt dit zich tot socio-economische – zeg maar voornamelijk materiële – aspecten. Ooit heeft het socialisme zich laten inspireren door de katholieken. Toen had je de socialistische turnkring, harmonie, het  Volkstehuis… Maar de atheïsten hebben er alles aan gedaan om de verzuiling af te breken. Ze hebben het kind met het badwater weggegoten.

Als je het socialisme vertaalt naar onze maatschappijstructuur, dan ontwikkel je een sociale zekerheid: je installeert wetten die herverdelen en op die manier geld vrijmaken om mensen in nood door moeilijke perioden te helpen. Mensen die toch nog in armoede terecht komen, ga je dan door andere maatregelen materiële hulp bieden.

Daar is veel voor te zeggen. Voor mij gaat de sociale zekerheid lang niet ver genoeg en moeten we naar een basisinkomen, en een economie die niet gericht is op winst, maar op behoeftebevrediging. Ik heb dat uitgewerkt in mijn boek Eutopia.

Maar dat materiële is niet genoeg: de kern van de samenleving is ontmoeting en gemeenschapsvorming, zowel in de vrije tijd als in het werk. Daarop moet ook de zorg gebouwd zijn. 

In een christelijke samenlevingsorganisatie moet dus gemeenschapsvorming gestimuleerd worden en de aldus gevormde gemeenschappen moeten de basis vormen van de organisatie van de solidariteit.

In het socialisme kan een ziekenkas gelijk zijn aan een verzekeringsmaatschappij die zich van gewone verzekeringsmaatschappijen onderscheidt doordat ze niet gericht is op winst.

Een christelijke ziekenkas moet een gemeenschap zijn waarin mensen mekaar ontmoeten. Structureel houdt dat in dat een ziekenkas altijd kleinschalig moet zijn. Ontmoeting veronderstelt kleinschaligheid.

Dat gaat samen met een ander belangrijk element: zorg. Mensen moeten niet alleen mekaar financieel helpen, ze moeten voor mekaar zorgen. Dat veronderstelt een vorm van emotionele betrokkenheid. Natuurlijk moet die emotionele betrokkenheid ook een zekere vrijheid bewaren, (we moeten de problemen niet mee naar huis nemen), maar ze moet er wel zijn. Het is hier niet de plaats om daar dieper op in te gaan.

Dat zou bijvoorbeeld inhouden dat ik in een ziekenkas of andere solidariteitsinstelling niet zo maar geholpen wordt aan een loket, maar altijd opnieuw door dezelfde “consulent” die zich engageert voor mij. Ik moet het gevoelen hebben dat hij om mij geeft.

Aandacht voor zorg houdt ook in dat voldoende personeel in zorginstellingen een prioriteit is. Natuurlijk is een goede materiële uitrusting belangrijk. Maar de mensen zijn belangrijker dan de dingen.

De bekommernis om mensen mekaar te laten ontmoeten moet ook doorspelen in de ruimtelijke ordening. Mensen moeten in kleine gemeenschappen wonen waar iedereen iedereen kent en mensen ook voor mekaar zorgen zonder dadelijk beroep te doen op professionele hulp. Uiteraard mag die persoonlijke zorg geen oplossing zijn voor gebrek aan professionele hulp. Ze moet gewoon de eerste en hopelijk voldoende stap zijn, met de professionele zorg als mogelijkheid op de achtergrond.

Kernwoorden zijn: nabijheid en dus ook kleinschaligheid. Dat leidt in de economie ook tot een voorkeur voor kleinschalige coöperatieven.

Geen haar op mijn hoofd dat er aan denkt om te beweren dat niet-christenen dit soort ideeën niet kunnen ontwikkelen. Elders heb ik al beweerd dat het christendom een humanisme is. Het hangt niet in het luchtledige. Maar deze visie is niet eigen aan het socialisme en al zeker niet aan het liberalisme. 

Wie wil kan hier denken aan het vergeten woord van de Franse revolutie: “liberté, egalité en… fraternité.

Niet voor niets schreef paus Franciscus zijn recente encycliek “Fratelli tutti.”

Tenslotte: ik hoor sceptici nu al roepen: dat is socio-economisch niet haalbaar. Zeker als je het op wereldvlak ziet, is dat waar. Binnen het kapitalisme is een “zorg”samenleving niet mogelijk. Het christendom is per definitie een vijand van het kapitalisme.

Eigenlijk zou zouden  Pvda en Cd&v partners moeten zijn.

PS Wil je een en ander meer uitgewerkt, lees dan mijn boek Eutopia. Op deze website kan je het gratis lezen en/of downloaden, ook in ebookformaat.

 

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *