De grote boze wolf

Sampol

Martha Balthazar

Op zoek naar de grote boze wolf in de landbouwsector

Ik besloot, met Cyriel Buysse in het achterhoofd, een voorstelling te maken over het leven van moderne boeren in Vlaanderen

De man is al een hele tijd geleden overleden. Een boer van de oude stempel en grote kleinschaligheid: een tiental koeien, wat varkens, aardappelen en groenten.  Gelukkig heeft hij deze tijd niet meer meegemaakt, want zijn bedrijf zou het niet overleefd hebben.

Vanaf zijn tiende was hij meer op de boerderij van zijn vader dan op school geweest. Een diploma had hij nooit gehaald. Al doende had hij de stiel geleerd. En toch was hij een echte intellectueel die wist wat er in de wereld gaande was en daar zijn gedacht over had. Dikwijls heeft hij me verrast door de juistheid van zijn analyse en de diepte van zijn inzichten. Ondanks weinig scholing had hij veel verstand.

Hij had ook veel hart. Al zijn koeien hadden een naam. En telkens er een naar het slachthuis moest was hij even in rouw. Als zijn vrouw er niet was geweest om de portemonnee te houden, zou hij nooit een koe verkocht hebben.

Ooit is hij een veehandelaar te lijf gegaan omdat die zijn koe wat te ruw behandelde bij het instappen in de veewagen.

Zo ’n man. Zo ’n boer. Natuurlijk was hij niet rijk. Maar hij overleefde zonder armoede te kennen. Zijn kinderen hadden niets te kort. Een gelukkige mens.

Maar dat kan niet meer. Waarom niet eigenlijk ?

Nu zijn er geen boerderijen meer, maar “landbouwbedrijven”. Grootschaligheid is een onvoorwaardelijke vereiste. Het kleine kapitaal van mijn boer is vervangen door enorme sommen. Maar de boeren zijn niet rijker. En minder gelukkig.

Ja, voorwaar: dat is vooruitgang. Kapitalistische vooruitgang.

Een van de oorzaken van de moderne wantoestand is de globalisering.

Fijne sperzieboontjes komen niet uit Kuttekoven, maar uit Kenia. En mét de bewaar- en reiskosten er bij zijn ze nog goedkoper dan die van Kuttekoven. Dat komt omdat de negers in Kenia iedere morgen op de straathoek verzamelen, wachtend op een kleine vrachtwagen met daarin een slavendrijver die uit de groep wachtenden er enkele aanduidt die dan in de laadbak mogen kruipen om de hele dag tegen een hongerloon op de velden rond te kruipen met een schop van de slavendrijver tegen hun kont als ze wat te langzaam kruipen.

De kapitalist zegt dan dat dat toch vooruitgang is. Want zo heeft die neger werk en een inkomen.

Ik zeg dat die neger beter zelf een eigen stukje land zou hebben waarop hij rondkruipt om zijn eigen boontjes te doppen. Maar dat kan niet in het kapitalisme, want het land is eigendom van de grootgrondbezitter die grootgrondbezitter is geworden doordat hij wat sterker en slimmer, en vooral slechtere mens is dan die arme neger.

Nu is dat natuurlijk altijd al zo geweest. Het lijkt wel des mensen.

Zo bekeken is het kapitalisme zo oud als de mensheid.

Toch laten nogal wat denkende mensen het kapitalisme beginnen in de late Middeleeuwen, samen gaande met de verstedelijking.

Persoonlijk neig ik er toe om de aanvang van het kapitalisme te situeren bij de industriële revolutie van het einde van de achttiende eeuw met daarbij het ontstaan van de massaproductie.

De verstedelijking en de massaproductie hebben gemeen dat het over schaalgrootte gaat.

Essentieel in het verhaal is de concurrentie die ingebakken ligt in het systeem. Voorstanders van het systeem beweren dat mensen concurrentie nodig hebben om te presteren. Dat is natuurlijk nonsens. De meeste mensen presteren gewoon om te overleven, of, in betere streken, om goed te kunnen leven.

Of denk je dat de kinderen in de mijnen in Oost-Congo hun slavenwerk doen om te concurreren ? Ze kruipen daar rond in levensbedreigende omstandigheden om wat eten te verdienen voor hun ouders en jongere broertjes en zusjes.

Werden de arbeiders in de Renaultfabrieken gedreven door concurrentie ? Ze werkten om hun kost te verdienen.

De overgrote meerderheid van de mensen zijn niet gedreven door concurrentie. Maar het systeem wordt wel gedomineerd door mensen die gedreven zijn door concurrentie. Die zouden ze moeten opsluiten. Want concurrentie drijft er niet enkel toe om te presteren, maar ook om anderen onderuit te halen. Wie gedreven wordt door concurrentie heeft nooit genoeg, en is dus gedreven om altijd maar meer af te pakken van anderen.

Wie altijd maar meer afpakt van van anderen, wordt altijd maar groter. Vermits concurrentie essentieel is in het systeem worden ook mensen die niet gedreven zijn door concurrentie verplicht om te proberen om alsmaar groter te worden. En zo zitten onze boeren nu in een situatie waarin de econoom tegen hen zegt: je moet grootschaliger worden, anders haal je het niet. Alleen is het in ons dichtbevolkt gebied gewoon niet mogelijk om nog groter te worden. Tel daarbij de belasting op het milieu die niet veel kan verdragen, ook al omwille van de dichte bevolking, en de toestand wordt hopeloos.

Maar de aandeelhouders van Monsanto worden daar rijk van. 

Je krijgt dus twee factoren die op mekaar inwerken: de industriële revolutie maakt een revolutionaire vergroting van de schaalgrootte mogelijk en de concurrentie vereist dat die mogelijkheid volop wordt benut. Dat systeem legt nu een onaanvaardbare belasting op de planeet. Dat het een onaanvaardbare druk op mensen legt hoeft geen betoog.

We moeten dus naar een dubbele ommekeer.

De vooruitgang van de technologie moet niet meer leiden tot schaalvergroting, maar juist schaalverkleining mogelijk maken.

Maar als die toepassing van de technologie niet samengaat met het afschaffen van de concurrentie, zal ze geen oplossing brengen, want de concurrentie zal toch weer tot schaalvergroting leiden.

Wie wat dieper wil ingaan op het kapitalistische systeem kan hier ook nog de kapitaalaccumulatie bij betrekken. 

Ik vind de oplossing van Balthazar waarbij ze niet meer op zoek gaat naar daders of slachtoffers, maar naar de winnaars en verliezers mooi gevonden. Die oplossing sluit aan bij mijn analyse.

Als Balthazar nu ook nog doordenkt over dat systeem van winnaars en verliezers, zet ze de stap die jullie allemaal zouden moeten zetten.

Dat ik jullie daarin voor ben, moet je niet ervaren als een nederlaag. Je moet ons immers niet als concurrenten zien. 

Maar ik zeg het wel met duivels plezier.

 

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *