De tedere intuïtie van Galilea

Ignis

Anneke van der Werff

Een schoonmoeder… ik heb er één en ik ben er één

De schoonmoeder van Petrus intrigeert Anneke van der Werff. Ze kruipt in haar huid om te kunnen ervaren wat zijn beleefd heeft toen Jezus plotseling bij haar kwam

Ja, ik weet het: nogal wat mensen haken af als ze de naam Jezus of het woord God horen. Die bestaan toch niet ? En dus hebben ze geen boodschap aan de verhalen over Jezus of God.

Hoe dwaas ! Of Jezus of God al dan niet “bestaan” of bestaan hebben is totaal irrelevant. Het gaat om de boodschap in het verhaal.

Als je een fabel van La Fontaine leest, vraag je je toch ook niet af of de krekel en de mier echt met mekaar gepraat hebben ?

Het gaat er om dat er verschillende soorten literaire genres bestaan, en dat je elk genre op zijn eigen manier moet lezen.

Als iemand in een brief een gebeurtenis beschrijft, lees je die beschrijving toch ook anders dan als een reporter in de krant dezelfde gebeurtenis weergeeft ?

De evangelies horen bij het literair genre van de getuigenissen: de verteller legt een getuigenis af. “Getuigen” betekent dat iemand een gebeurtenis verhaalt zoals hij ze gezien en geïnterpreteerd heeft. Als ik een verkeersongeval heb gezien waarbij een snelheidsduivel een kind omver rijdt, zal ik spontaan de snelheidsduivel als schuldige zien. Die overtuiging zal mijn verhaal kleuren.

Dat is wat er gebeurt bij de evangelies.

Ik heb ooit in Israël onder een boom gezeten met een Vlaamse theoloog die ook archeoloog was. De man had heel zijn leven al zijn vakanties besteed aan de zoektocht naar archeologisch bewijs van het bestaan van Jezus. Op pensioenleeftijd moest hij vast stellen dat hij geen enkel spoor gevonden had. Geen enkel.

Maar natuurlijk, bewijs van bestaan of niet, er moet in die tijd in die streek toch iéts gebeurd zijn. Een wereldgodsdienst ontstaat niet uit het niets. Bij deze wereldgodsdienst is de tijd en de plaats van ontstaan nogal duidelijk  vast te stellen.

Mijn prof onder zijn boom sprak consequent niet meer over Jezus, maar over de “tedere intuïtie” van Galilea. 

Dat vind ik mooi omdat hij daarmee de domme vraag naar bewijs van bestaan overstijgt en tegelijkertijd door het woord “tedere” perfect aangeeft waar het bij het christendom om gaat.

Die tederheid wordt weergegeven in het verhaal zoals Anneke van der Werff het vertelt.

Als het over Jezus gaat, gaat het om getuigenissen.

Als het over God gaat, gaat het over een ander literair genre: de mythe. Natuurlijk kunnen in één tekst verschillende literaire genres met mekaar vermengd zijn.

Bestaat God ?

Je kan bij het zoeken naar een antwoord op die vraag “essentialistisch” denken. Je gaat dan op zoek naar de essentie van het begrip God en dan vraag je je af of die essentie voorkomt in de werkelijkheid. Dat is in het geval van God een nogal heikele bezigheid omdat je al moet beginnen met te bepalen wat “werkelijkheid” eigenlijk is. Om het verhaal kort te maken: het is onmogelijk om het bestaan te bewijzen van een wezen buiten de gekende werkelijkheid. Je kan in de gekende werkelijkheid aanwijzingen zien voor het bestaan van een God. Je kan redeneringen in mekaar knutselen waarbij je er op uitkomt dat er wel een God zou moeten bestaan omdat anders je redenering niet meer klopt. Dat kan interessant zijn, maar eigenlijk is het slechts intellectueel tijdverdrijf. Je kàn het gewoon niet wéten. Je kan hoogstens zeggen: ik geloof er in.

Er is ook een existentialistische benadering. Dan stel je de vraag: bestaat God voor mij ? Dan ga je op zoek naar de betekenis van het woord God.

Je komt uit bij uitdrukkingen als: God is dat (of die) dat het belangrijkste is voor mij. Je vraagt je dan af: waar leef ik eigenlijk voor ? Wat laat ik mijn leven bepalen ? Het antwoord op die vraag krijgt dan de naam God. Het wordt jouw God.

In die benadering is het bestaan van God een evidentie, want iedereen heeft iets waar hij voor leeft; wat het belangrijkste is voor hem; wat voor hem het hoogste is in zijn leven. Bij sommige mensen is dat niet uitgesproken: ze hebben verschillende goden en zitten dus in het veelgodendom. Voor anderen is het wel duidelijk.

Er zijn mensen die leven voor het genot. Hitler leefde voor de macht. Nogal wat mensen offeren alles op voor aanzien. Wie genot, macht, aanzien… tot zijn God verheft, maakt eigenlijk zichzelf tot God. Dat is nogal belachelijk gezien de kleinheid van de mens in het geheel van de schepping. Maar als ik rond me kijk, zie ik toch wel wat mensen die hun leven rond zichzelf laten draaien.

Nu moet ik daar niet te schamper over doen, want ook ik ben niet vrij van narcisme of egocentrisme. Een mens wordt nu eenmaal egocentrisch geboren.

Maar het behoort nu eenmaal tot mijn lot dat ik christelijk ben opgevoed en nogal jong de essentialistische ballast overboord heb gegooid en mijn geloof ervaren heb als een radicale oproep om niet mezelf tot God te verheffen en God buiten mezelf te gaan zoeken.

Als ik zelf te klein ben om God te zijn, kom ik tot de vraag: wie of wat wil ik dan mijn God laten zijn ? 

Ik heb nergens een beter antwoord gevonden dan in de tedere intuïtie van Galilea, die filosofisch verwoord wordt door Johannes in zijn eerste brief waar hij zegt “God is liefde”. In de verhalen van de evangelies wordt God voorgesteld als “abba”, lief vadertje.

De boodschapper hiervan is Jezus. 

In het verhaal van de schoonmoeder van Petrus wordt Jezus meer dan enkel een boodschapper: hij verpersoonlijkt de boodschap; hij verpersoonlijkt God als abba, liefde. De evangelies getuigen van een Jezus als de mens waarin God zichtbaar wordt. En zo ontstaat de mythe van Jezus als zoon van God.

Mijn geloof heeft dus niets van doen met “iets geloven”. Ik geloof de boodschap van Jezus, en zo wordt mijn geloof een oproep om in mijn leven een God waar te maken die de moeite waard is. Een God die me loshaalt uit mezelf. Dàt is precies wat liefde betekent. God is liefde.

En ja, ik geef toe: ik geniet van een goed glas wijn en lekkere seks. Ik moet me inhouden om niet altijd de baas te spelen. Ik vind het fijn als mensen me waarderen. En ik ben nog altijd mijn aangeboren agressie niet de baas. Ik ben God niet.

Mijn andere zondigheden zijn jullie zaken niet.

 

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *