Weg met de politieke partijen

Knack

Hendrik Vuye & Veerle Wouters

‘Als er al iemand verslaafd is aan subsidies in dit land, dan zijn het wel de politieke partijen’

De Vlaamse politieke partijen geven van alle partijen in Europa, het meeste uit aan advertenties op Facebook en Instagram. ‘Dit heeft ook gevolgen voor de werking van ons politiek bestel’, schrijven Veerle Wouters en Hendrik Vuye

Wouters en Vuye (ik heul mee met de feministen) hebben gelijk. Politieke partijen zijn geen dragers meer van een doordachte visie, maar propagandamachines, eigenlijk zelfs niet meer geleid door partijvoorzitters, maar door spindoctors die de voorzitters vertellen wàt ze moet zeggen, en waar en wanneer.

Natuurlijk zijn er nog wel wat inhoudelijke verschillen: linksen willen meer belastingen en liberalen willen er minder. Linksen willen wat meer sociale saus, liberalen wat minder. Maar het zijn slechts cosmetische verschillen. Beiden weten dat het uitdraait op een compromis. En beiden kunnen leven met dat compromis. Meer nog: op wat details na willen beiden eigenlijk hetzelfde. In de politiek heet dat dat iedereen opschuift naar het centrum. 

Op dit ogenblik heb je de discussie over de pensioenhervorming

De PS minister van pensioenen, Lalieux, komt met een aantrekkelijk sociaal voorstel. De liberaal Lachaert schiet dat dadelijk af en komt met een veel strenger. Het rare aan het verhaal is dat Lalieux met haar voorstel in de voet schiet van haar partijgenoot Dermagne die de opdracht heeft om meer mensen aan het werk te krijgen. Als het voorstel van Lalieux zou worden aangenomen, staat Dermagne voor een onmogelijke opdracht. Denk je nu écht dat Lalieux niet met Dermagne gesproken heeft ? Lalieux wil helemaal niet dat haar partijgenoot Dermagne mislukt. Ze weet heel goed dat ze bij de onderhandelingen water in de wijn zal doen en daarmee collega Dermagne zal plezieren. Eigenlijk streeft ze er zelfs niet naar om haar eigen voorstel er door te krijgen. Ze streeft naar het compromis. Lachaert doet precies hetzelfde: beiden willen eigenlijk hetzelfde. Het verschil is slechts schijn en de hele discussie in het openbaar slechts een schertsvertoning en volksverlakkerij.

Er speelt natuurlijk wel een ongenadige strijd tussen de partijen. Maar die gaat niet om het realiseren van inhoud, maar om het winnen van stemmen.

Ik vind het verschrikkelijk, maar wat ik hier zeg over de socialisten en liberalen, geldt op dit ogenblik ook voor de Pvda.

Maar er is meer.

In ons systeem zijn verkiezingen een strijd. We gebruiken niet voor niets het woord “verkiezingsstrijd”. En wie wint een strijd? De fairste? De bekwaamste? De grootste idealist? De meest sociaal geëngageerde? Neen, zelfs niet de sterkste, maar wél de hardste, hij die het minst mededogen heeft met de tegenstander en het meest bereid is om alle middelen in te zetten. Beweer ik nu dat alle verkozenen meedogenloze machtswellustelingen zijn? Natuurlijk niet. Maar het systeem brengt wél juist die mensen aan de top van de pyramide. In een dictatuur kunnen zij zich laten kennen gelijk ze zijn. In een democratie moeten ze ook nog de gave bezitten om zich in de media voor te doen als eerlijke goedmenenden die zich inzetten voor de samenleving. Daarvoor worden dan ook mediaspecialisten en communicatie-adviseurs ingeschakeld. Niet voor niets getuigen geregeld politici ervan dat de politieke wereld een “harde wereld” is…’

‘Het organiseren van partijen is het installeren van verdeeldheid. Verdeeldheid is een niet te vermijden toestand. Maar verdeeldheid kan – soms, meestal –worden overwonnen, zonder dat de partners hun eigenheid verliezen. In ieder geval zou dit de bedoeling moeten zijn. Daarvoor moeten de partners afzien van het streven naar macht. Echter, door het bestaan van politieke partijen wordt deze bedoeling onmogelijk gemaakt, precies omdat de partijen in wezen uit zijn op macht. Onze verkiezingen zijn gewoon het middel om, weliswaar zonder geweld, uit te maken wie aan de macht zal komen. Met andere woorden: onze verkiezingen zijn de organisatie van de concurrentie, hetzelfde principe dat de motor is van de kapitalistische economie. Of nog: men stelt wel eens dat de democratie de organisatie is van het meningsverschil. Dat zou ze moeten zijn. Maar door de factor “politieke partijen” is onze democratie niet die van het georganiseerde meningsverschil, maar van de georganiseerde machtsstrijd. Bismarck: stelde dat oorlog de uiterste vorm is van de politiek. Als dat waar is, dan is, andersom gesteld, politiek dus een vorm van oorlog. Daarop kan men toch geen vreedzame samenleving bouwen?

 

Onze zogezegde democratie is de politieke organisatie van het kapitalisme…

Binnen onze parlementaire democratie is enkel het kapitalisme mogelijk, en een echt sociale samenleving onmogelijk.

 

Het bestaan van politieke partijen in een parlementaire democratie is de politieke (in aansluiting met de economische) voedingsbodem van het kapitalisme.

 

Is het voorgaande een afwijzing van de representatieve democratie op zich?

 

Neen, natuurlijk niet, maar wél een afwijzing van het huidige systeem met verkiezingen en politieke partijen.’

(Uittreksel van: Charles Maymarx. ‘Eutopia’. Apple Books.) 

Ik kan in het kader van deze blog geen uitgewerkt alternatief democratisch systeem voorleggen. Ik doe het in mijn boek Eutopia waaruit je zojuist enkele passages gelezen hebt.

Maar laat me toch al dit zeggen: we moeten naar een democratie met getrapte verkiezingen waarbij mensen verkozen worden in kleinschalige eenheden. Territoriaal zijn dat bijvoorbeeld wijken. Die kleinschaligheid is belangrijk, want om verantwoord iemand te kunnen kiezen, moet je hem echt kennen, en niet enkel van “de boekskes”. 

Daarbij moeten de mensen die uit zijn op macht worden uitgeschakeld. Dat betekent dat niemand zich kandidaat kan stellen en dat propaganda verboden is. De mensen van de wijk moeten aan iemand die ze bekwaam en betrouwbaar achten vragen of hij kandidaat wil zijn…

Dat principe moet worden doorgetrokken in heel het verder getrapt verloop van een zeer uitgebreide volksvergadering naar een werkzaam parlement.

Het vormen van concurrerende fracties moet worden belet.

De basis van de besluitvorming is overal de consensus…

De kleinschaligheid van de basisverkiezing vraagt ook om zo kleinschalig mogelijke staten.

Uiteraard zijn er terreinen van bestuur die grotere schaalgrootte eisen. Daarvoor is er de samenwerking tussen staten.

De weg naar een echt menselijke samenleving vraagt niet enkel een totaal omdenken van het economisch gebeuren, maar ook een totaal anders democratisch systeem. En daarin is geen plaats voor politieke partijen.

PS Je kan Eutopia gratis lezen en/of downloaden ook in ebookformaat op deze website onder de rubriek Publicaties.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *