De oplossing voor het pensioenprobleem

Knack

Louise Hoon Wetenschappelijk medewerker Denktank Minerva en politicoloog (VUB)

‘Intergenerationele solidariteit drukt zich uit op manieren die de overheidsbegroting niet vat’

‘Meer bewustzijn en waardering van onzichtbaar werk leert ons dat intergenerationele solidariteit zich uitdrukt op manieren die de overheidsbegroting niet vat’, schrijft Louise Hoon van Denktank Minerva naar aanleiding van het oplaaiende debat over de pensioenen. ‘Deeltijds werk, loopbaanonderbreking of een vervroegd pensioen biedt mensen tijd om elkaar te helpen, op allerlei onzichtbare, maar waardevolle manieren.’

Wat is geld ? Wat zou geld moeten zijn ?

Geld is een middel om ruilhandel efficiënter te maken.

Als iemand die piano’s maakt een brood wil kopen, is het niet echt handig om met een piano naar de bakker te gaan. Geld maakt dat gemakkelijker: je drukt zowel de waarde van de piano als van het brood uit in geld. Zo kan de pianomaker zijn piano “ten gelde maken” bij de bakker, de slager, de fietsenmaker…

Bij die ruilhandel kan het gaan om producten of om diensten. Ik kan een product ruilen voor een ander product of voor een dienst en andersom.

Voor sommige diensten is er geen mens die er aan twijfelt dat ze moeten betaald worden: niemand verwacht van de kapper dat hij gratis werkt. Ook ambtenaren verlenen diensten, maar daarom niet aan een individu of bedrijf, maar aan de staat.

Je kan ook diensten verlenen aan de samenleving.

Iemand die zijn kinderen opvoedt (man of vrouw, hetero, homo, transgender… het maakt niet uit) verleent een dienst aan de samenleving. Laat me dit “maatschappelijke arbeid” noemen, waarbij ik even vergeet dat eigenlijk alle arbeid maatschappelijk zou moeten zijn. Maar maak dat maar eens wijs aan de kapitalist.

Waarom eigenlijk worden die maatschappelijke diensten niet betaald ?

We hadden het eerst het over ruil tussen individuen. De betaling hierbij steunt op een machtsrelatie: jij hebt iets nodig en dus heb ik de macht om geld te vragen. De kapitalist (eigenaar van productiemiddelen) heeft arbeid nodig en dus betaalt hij de arbeider. De macht ligt dus bij de arbeider. Het geniale van het kapitalisme ligt er in dat het er in slaagt om finaal die macht te verschuiven naar de kapitalist. 

Bij de ambtenaren geldt eigenlijk hetzelfde principe de staat heeft bepaalde diensten nodig en de ambtenaar heeft de macht om die diensten enkel te leveren tegen betaling. Ik ga er hier maar even vanuit dat arbeid waartoe mensen zouden gedwongen worden door de staat als onaanvaardbaar wordt beschouwd. Let op: die gedwongen arbeid is niet zo ondenkbaar. De verplichte legerdienst was een vorm van gedwongen arbeid. Maar goed: de ambtenaar heeft de macht om te eisen dat hij betaald wordt.

Een staking is een duidelijk voorbeeld van uitoefening van die macht.

Dat die macht in de realiteit beperkt is omdat mensen nu eenmaal een inkomen nodig hebben is nu even niet terzake.

Bij de onbetaalde arbeid die dienst verleent aan de samenleving, ontbreekt precies die machtsfactor. Wie kinderen heeft kan niet staken bij de opvoeding van zijn kinderen. Een voorzitter van een amateurvoetbalploegje kan niet staken. Tenzij hij Boma heet en ook sponsor is. Maar dan heb je weer de machtsfactor.

Die machtsfactor ontbreekt ook bij mantelzorg en meer algemeen bij alle vrijwilligerswerk… De slachtoffers van de ramp in Wallonië hebben geen enkele macht om de vrijwilligers te verplichten tot helpen.

Een factor die hierin speelt is natuurlijk het feit dat je slechts macht kan uitoefenen als er een tegenspeler is. 

Een ander individu of een bedrijf is een tegenspeler. De staat is een tegenspeler. Maar als gemeenschap en staat niet samenvallen, is de gemeenschap geen tegenspeler, want ze is niet georganiseerd. Wie moet ik aanspreken als ik het over de gemeenschap heb ?

We stoten hier op een fundamentele vraag: is echte medemenselijkheid mogelijk als de machtsfactor bepalend is tussen de mensen ?

Ik wil toegeven dat in deze fase van de mensheid de machtsfactor niet zo maar uit te sluiten is. Maar rekening houden met de negatieve feitelijkheid en er tegelijkertijd aan werken om er van af te geraken is iets anders dan die werkelijkheid cultiveren, onderhouden, versterken.

Dat laatste is precies wat het kapitalisme doet. Want een essentieel element in dat systeem is de concurrentie. Het kapitalisme gaat om macht.

Er is een zeer eenvoudige en effectieve oplossing voor het pensioenprobleem: het basisinkomen. Het gaat hierbij om een inkomen dat beduidend hoger ligt dan wat we nu de armoedegrens noemen, ligt. (Bij een goed basisinkomen is er geen armoede en dus ook geen armoedegrens meer.)

Een basisinkomen is niet verbonden met (nu betaalde) arbeid en loopt dus ook door als de mensen wegens leeftijd stoppen met werken. Het maakt het pensioen overbodig. Ik ga hier niet in op details zo als een basisinkomen voor kinderen.

Het basisinkomen is niet zo maar gratis. Voor wie de mogelijkheid heeft, is het is verbonden met “maatschappelijke arbeid”. Wie het kan moet zich inzetten voor de samenleving om recht te hebben op dit basisinkomen.

Natuurlijk moet er ook materieel geproduceerd worden. Materiële welstand is niet te versmaden. Dat die materiële welstand tegenwoordig wordt verward met welzijn, verandert er niets aan dat welstand en materiële productie nodig is. Er is niets op tegen dat mensen streven naar een zo groot mogelijke welstand als ze daarbij de draagkracht van de planeet in acht nemen en hun welstand niet bouwen op de uitbuiting van anderen.

Een basisinkomen zal ook slechts welzijn bieden als er genoeg producten beschikbaar zijn. Je bent niets  met geld als er niets te koop is.

Je kan dus geen basisinkomen hebben als er niets materieel geproduceerd wordt. Of: het basisinkomen kan maar zo groot zijn als de materiële productie.

Deze materiële productie moet dus gestimuleerd worden.

Voor tegenstanders van een echt basisinkomen is dit een belangrijke factor: waarom zouden mensen nog “gaan werken” als ze er zonder al fatsoenlijk kunnen leven ? De vraag is terecht.

Mijn voorraad woorden voor deze blog is echter uitgeput. Wie een antwoord wil op deze vraag moet dus naar mijn boek Eutopia, pag. 567 e.v. Je kan het op deze website gratis lezen en/of downladen, ook in epubformaat.

Maar laat dit toch al duidelijk zijn: binnen het kapitalisme is een basisinkomen zoals ik het hier opvat, niet mogelijk. Ik had het hier al over de factor macht en concurrentie. Maar er is natuurlijk ook de verwording van geld als ruilmiddel tot geld als verhandeld product. Ook dat is voer voor andere trogs.

Wie beweert dat een echt basisinkomen niet mogelijk is: hij heeft gelijk. Op dit ogenblik ben ik tegenstander van een basisinkomen. Het kàn niet anders dan een besparing op de sociale zekerheid zijn. Maar besef wel: een waardevol basisinkomen is gewoon de implementatie van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Die implementatie is binnen het kapitalisme (wereldwijd ! ) niet mogelijk. Als dat geen vernietigende kritiek op het kapitalisme is, weet ik het ook niet meer.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *