Het belang van broederlijkheid en gemeenschap

Sampol

Joke Quintens

En waar blijft jullie ‘fraternité’?

In Frankrijk komen mensen massaal op straat om hun heilige ‘liberté’ op te eisen tegen de quasi vaccinplicht. Tja, vraag ik me dan af, en waar blijft dan jullie ‘fraternité’

Sampol laat geregeld Joke Quintens aan het woord. Ik ben daar blij om, want Joke en haar medestanders in Marseille slaan de nagel op de kop en vullen de grote lacune aan die “links” kenmerkt: gemeenschap, of, om het in de termen van de Franse revolutie te zeggen: fraternité.

Over rechts moeten we het in dit verband niet hebben: rechts heeft totaal geen benul van gemeenschap of fraternité. Samen leven van mensen is voor rechts een kwestie van een contract tussen mensen waarzonder een samen leven niet mogelijk is en dat er op gericht is om ieder het zijne te geven, zijn rechten te waarborgen, kortom om zo weinig mogelijk fraternité en zoveel mogelijk liberté te creëren. Rechts leeft in de illusie dat die liberté individuele mensen gelukkiger maakt.

Links focust op égalité en denkt daarmee een menselijke samenleving op te bouwen. Maar gelijkheid creëert nog geen gemeenschap.

Nochtans: dé voorwaarde voor geluk is gemeenschap, nabijheid, broederlijkheid, zusterlijkheid en alles wat genderisten daarmaar bij willen verzinnen.

Merk allereerst op dat een gemeenschap iets anders is dan een samenleving. 

Samenleven is een liberaal, rechts begrip: het gaat over mensen die op eenzelfde grondgebied, of gewoon wereldwijd met mekaar te maken hebben. Daarbij moet er van alles geregeld worden, afspraken gemaakt… Kortom het contract waarover ik het al had.

Gemeenschap heeft te maken met menselijke betrokkenheid, bezorgdheid voor mekaar omwille van nabijheid. Die nabijheid is essentieel. En die nabijheid heeft een emotionele factor. We spreken niet voor niets over een gemeenschapsgevoelen. Zonder dat gevoelen is er geen gemeenschap.

Ook solidariteit heeft dus niets te maken met gemeenschap: solidariteit is gewoon een contract tussen mensen: ze leggen geld samen in een pot en leggen vast dat iemand in nood met geld uit die pot zal geholpen worden. Wie nooit in nood komt, verliest dan wel, maar hij heeft de zekerheid dat hij steun zal krijgen, moest hij onverhoopt toch hulp nodig hebben. Als mensen een verzekering afsluiten, denkt niemand aan gemeenschap. Nochtans is een verzekering vormgeving van solidariteit.

We spreken niet voor niets over een ziekteverzekering.

Eigenlijk vertrekt ook solidariteit van eigen belang.

Bij een sociale zekerheid zoals die van links zou je kunnen zeggen dat er zorg is voor mekaar. Maar er is geen nabijheid of echte betrokkenheid van mens tot mens. Ook sociale zekerheid is een vorm van contract, iets zakelijks. Iets wat vertrekt van eigen belang. Sociale zekerheid is solidariteit, georganiseerd door de staat.

Nu zijn ziekenkassen wel ontstaan in kleine gemeenschappen van mensen die met mekaar betrokken waren. Maar de schaalvergroting heeft dat gemeenschapsgevoelen uitgehold. Nu is het totaal verdwenen. En dan krijg je het onontkoombare proces: van bewuste deelnemer aan solidariteit, verwordt de deelnemer tot klant. We schrijven in op een ziekteverzekering zoals we inschrijven op een auto-verzekering.

Dat geldt ook voor de sociale zekerheid. De overgrote meerderheid van de bevolking, ziet de sociale zekerheid als een dienstverlening van de staat aan de burger. Daarmee wordt de basis van onze sociale zekerheid helemaal ondergraven. Je krijgt dan de mentaliteit van de mensen die proberen om zo weinig mogelijk bij te leggen in de pot (belastingontduiking) en er zo veel mogelijk uit te halen, ook als ze het niet nodig hebben.

Links heeft de gemeenschapsvorming verwaarloosd en daarmee de basis weggehaald onder de sociale zekerheid.

Die verwaarlozing heeft zeker te maken met het linkse materialisme: de idee dat het met de mens wel in orde komt als hij het materieel goed heeft.

Nu is een zeker mate van materiële welstand een noodzakelijke voorwaarde, maar geen voldoende voorwaarde voor menselijk geluk. 

Er is links dat afwil van het kapitalisme als economisch systeem. Maar als links het materialisme niet overstijgt, neemt het lang niet genoeg afstand van het kapitalisme.

Je krijgt dan solidaire structuren, maar geen gemeenschap.

Het woord is al gevallen: schaalgrootte. Voor mij een essentieel gegeven bij het nadenken over de samenleving die wij willen.

Als de schaalgrootte een bepaalde kleinschaligheid overschrijdt, verdwijnt de nabijheid waarzonder er geen gemeenschap meer is.

Links moet dus echt aan het werk om overal schaalgrootte te verkleinen tot kleinschaligheid.

Natuurlijk is er voor alles een bepaalde minimale schaalgrootte. De oplossing hiervoor is niet de vergroting van de schaalgrootte, maar het samenwerken van kleinschalige gemeenschappen.

Laat me tussendoor opmerken dat de globalisering niet bijdraagt tot kleinschaligheid. De globalisering als grote schaalgrootte is interessant voor het grootkapitaal…

De nadruk op gemeenschap klinkt wel mooi, maar wat dan met de vrijheid ?

Liberalen benadrukken het graag: gemeenschap knaagt aan de vrijheid.

Het gaat er dan maar om over welke vrijheid je het hebt.

Ik ga hier geen filosofie over de vrijheid op het getouw zetten, maar laat me het simpel stellen:

ervaar jij vriendschap als onvrijheid ? 

Als de jeugdbeweging op kamp gaat, vraagt dat van de deelnemers een ernstige inspanning om rekening te houden met mekaar. Je kan dat zien als onvrijheid. Toch gaat de overgrote meerderheid van de kinderen graag op kamp. Ze houden graag rekening met mekaar omdat het zo plezant is om samen te zijn…

Het gaat er gewoon om dat mensen, precies door opgenomen te zijn in een gemeenschap ervaren dat ze zichzelf mogen zijn. Is er een grotere vrijheid mogelijk dan zichzelf te kunnen zijn ? Is dat geen grotere vrijheid dan de liberale vrijheid van “kunnen doen wat ik wil” ?

De liberalen vullen dat dan aan: maar mijn vrijheid stopt waar die van een ander begint. De andere wordt gezien als beknotting van mijn vrijheid die ik noodzakelijk moet verdragen. Maar in gemeenschap is de andere geen beknotting van vrijheid, maar juist bevordering van vrijheid. Dat komt doordat de onvrijheid verandert in bijdrage tot gemeenschappelijkheid.

Spreek eens met musici over de vreugde van het samenspelen in kamermuziek, over de diepe ervaring van koorzang…

Goethe zei het al: “In die Beschränkung zeigt sich der meister”.

Tenslotte: ja, een mens  heeft ook vrijheid nodig. Een gemeenschap moet dus ook tijd en kansen laten voor individualiteit en persoonlijke ontwikkeling bevorderen. 

Maar ook: een mens moet vrij zijn om toe te treden tot een gemeenschap.

Dàt is de samenleving waar we naartoe moeten: een samenspel en samenwerking van kleine gemeenschappen waar mensen vrijwillig zijn ingetreden en waarbinnen mensen een steun zijn voor mekaar in broederlijkheid.

PS. In mijn boek Eutopia heb ik dit dieper uitgewerkt. Je kan het gratis lezen en/of downloaden, ook in epubformaat op deze website onder de rubriek Publicaties.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *