Pensioen. Arbeid: recht, plicht, verplichting

Minerva

Matthias Somers

We kunnen niet om het ontstellende feit heen dat rijk doet leven, en arm doet sterven

Meer mensen aan het werk krijgen, en mensen langer aan het werk houden: in het licht van de vergrijzing een breed gedeelde ambitie. We leven steeds langer, spreekt het dan niet vanzelf dat we langer moeten en ook kunnen blijven werken?

Eindelijk eens verstandige praat over het pensioenprobleem.

Ik heb het er al over gehad en gesteld dat de enige oplossing een fatsoenlijk basisinkomen is. Maar ja, dat is nu eenmaal niet mogelijk binnen het kapitalisme. De afschaffing van deze onmenselijkheid is nog niet voor morgen. Ondertussen moeten we wel verder. In die context brengt Matthias Somers een belangrijke bijdrage.

Zo bijvoorbeeld lost hij het probleem van de zware beroepen op. Als je de vraag stelt “wat is een zwaar beroep” is dat probleem natuurlijk onoplosbaar, want iedereen vindt zijn eigen beroep zwaar en op een bepaalde leeftijd wordt elk beroep inderdaad zwaar. “Is een beroep zwaar ?” is teveel een subjectieve aangelegenheid.

Laat de arbeidsduur dus niet afhangen van de zwaarte van het beroep, maar schakel de factoren die Somers aanhaalt in, en laat die arbeidsduur afhangen van de scholing en het inkomen en laat laaggeschoolden en slechter betaalde mensen minder lang werken, terwijl ze toch een goed pensioen krijgen. Het zou op zijn minst dat lage loon wat compenseren en wat rechtvaardigheid brengen in een kapitalistische wereld waarin rechtvaardigheid eigenlijk bedoeld is om de belangen van de rijken te beschermen.

Het voordeel hiervan ligt er in dat scholing en inkomen objectieve factoren zijn, terwijl de zwaarte van een beroep subjectief is.

Ondertussen hoor ik zogenaamde linksen nog altijd met grote overtuiging stellen dat we inderdaad allemaal langer moeten werken omdat we langer leven. Het zijn idioten die zich laten vangen aan de volgehouden en altijd maar herhaalde boodschap van de liberalen. Wie liberalen gelooft, dwaalt.

Misschien zijn de zaken zelfs omgekeerd: het moet niet zijn: “We leven langer en kunnen dus langer werken”, maar moet het zijn: “We werken minder lang en daardoor leven we ook langer…”

Of zou het je verwonderen dat het optrekken van de pensioenleeftijd tot, laat ons zeggen, zeventig jaar, zou leiden tot een daling van de leef-tijd ?

Na mijn middelbaar had ik onze charismatische godsdienstleraar uit het oog verloren. Na een toevallige ontmoeting zijn we contact blijven houden, en als ik nu iedere week een blog kan schrijven in verband met geloof, heb ik dat aan hem te danken. Hij heeft me geïnspireerd en handvaten aangereikt om mijn inzichten en overtuigingen te verdiepen.

De man was zeer geëngageerd. Zijn leraarschap was een roeping. Ondertussen is ook hij natuurlijk op pensioen. Hij heeft les gegeven tot zijn vijf en zestigste. Hij stond in drie scholen. In alle drie was hij de enige leerkracht, ouder dan zestig.

De man was nog altijd fit. Hij deed dagelijks zijn aantal passen, nogal wat in looppas. Wie hem niet kende gaf hem vijf en vijftig in plaats van vijf en zestig. En dan vertelde hij me dat hij eigenlijk nog wel gemotiveerd was om langer aan het werk te blijven, maar dat het niet meer ging.

Zijn gehoor ging achteruit. Hij kon de stem van een leerling niet meer filteren en verstond zijn leerlingen dus niet meer. Zijn verstand en geheugen was nog ok, maar met namen had hij problemen. Als je niet meer op de naam van een leerling komt, kan je toch niet: “Jij daar…” zeggen ? Leerlingen zijn daar zeer gevoelig voor.

In de meeste klassen klikte het geweldig tussen hem en zijn leerlingen. Bij de hoogste jaren middelbaar vond hij bij vele leerlingen dus nog wel begrip. Maar er is altijd wel een klas waarbij het minder goed klikt en bij jongeren die vechten met hun identiteit is begrip niet zo maar evident. Les geven wordt dan een gevecht en een hel.

Schrijf maar op: het probleem van het lerarentekort en de snelle terug-uitstroom van jonge beginnende leerkrachten heeft vooral daarmee te maken. De beleidsmakers hebben het over werkzekerheid en ontbrekende loopbaanplanning. Daar liggen problemen. Maar de kern ligt bij de ouders die zelf geen gezag meer hebben en het gezag van school en leerkracht ondermijnen, zodat lesgeven inderdaad een soort gevecht wordt met dagelijkse onderhandelingen die lukken als het goed is en tot een onmogelijke opgave leiden als ze mislukken. Dat zal zelfs met een fikse en niet te verwachten loonsverhoging niet opgelost worden.

En zo werd het voor mijn mentor op zijn vijf en zestigste hoog tijd dat hij op pensioen kon, ook al zou iedere normale mens denken dat zo iemand gemakkelijk nog wat jaren er bij zou kunnen doen…

Misschien moeten we er van af om een pensioenleeftijd vast te stellen, of het te hebben over het aantal gewerkte jaren en naar een meer geïndividualiseerd systeem te gaan, waarbij iedere werker door een medisch team (artsen, psychologen, sociologen) wordt beoordeeld en al dan niet toegelaten wordt tot het pensioen.

Eigenlijk bestaat het al.

Vergis je niet: ik vind dat iedereen zo lang mogelijk aan het werk moet blijven. Waarom zou je iemand die nog bekwaam en gemotiveerd is, verplicht op pensioen sturen ?

Tenslotte is arbeid een mensenrecht en geeft arbeid mensen een identiteit.

Maar een belangrijke factor bij arbeid is ook dat we werken om onze kost te verdienen. Arbeid is dus niet enkel een recht, maar ook een plicht.

Arbeid is een plicht voor de werker die verantwoordelijkheid moet nemen voor zichzelf en arbeid is een plicht tegenover de maatschappij.

Maar een plicht is iets anders dan een verplichting. Een verplichting is iets wat van buiten af wordt opgelegd. Een plichtgevoelen komt van uit het innerlijke van de mens.

Mensen met plichtsgevoel hebben niet veel verplichting nodig.

We zouden al een hele stap vooruit zetten als we in onze opvoeding meer de nadruk zouden leggen op plichtsgevoel.

Dat was een van de grote aandachtspunten van mijn godsdienstleraar: zie je leven en werk ook als plicht; als verantwoordelijkheid voor jezelf en voor anderen; voor de samenleving.

Maar natuurlijk: de kapitalistische maatschappij stelt winstbejag en geld verdienen om zich genotservaringen te kunnen permitteren voorop en breekt vakkundig houdingen van plicht en verantwoordelijkheid af. Dan wordt controle een absolute noodzaak. We gaan kapot aan de alomtegenwoordige controle-mechanismen, controleurs en technologische controle. Zie de camera’s. Die controle maatschappij is inherent aan het kapitalisme.

De hele onoplosbare heisa rond de pensioenen moet dus niet verwonderen. 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *