Bestaat God ?

Op facebook verzeil ik soms in discussies over religie en godsdienst. Dat is natuurlijk ook mijn eigen schuld. Niemand verplicht me er toe om te reageren. Maar zowel mijn goed als mijn slecht karakter verplichten me er toe: er is zoveel onwetendheid, ook bij mensen die oprecht hebben nagedacht over een en ander. Het probleem ligt er natuurlijk in dat ze weinig – of in ieder geval té weinig – basisinzichten hebben. Dat is niet hun schuld. Onder andere de katholieke kerk en het godsdienstonderricht falen erbarmelijk.

Laat me hier een poging doen om een en ander te verduidelijken. Het zijn natuurlijk geen objectieve inzichten – ik denk dat die in deze materie niet bestaan – en iedereen doet er dan verder ook maar mee wat hij wil. Even goede vrienden – of vijanden. Ik hou van vijanden. Daarvoor ben ik christen.

Eerst en vooral moeten we het onderscheid maken tussen religie en godsdienst.

Godsdienst is het besef van de oermens in zijn grot als het dondert en bliksemt: er zijn krachten die hem totaal te boven gaan. Hij noemt ze god. En dan ontstaat er in hem de drang om die krachten toch enigszins onder controle te krijgen en hij gaat proberen om ze gunstig te stemmen door offers, en het naleven van geboden en verboden. Hierin ligt al dadelijk een kans voor machtswellustelingen om die goden voor hun kar te spannen en de zwakkeren in hun gareel te laten lopen. De essentie van die godsdienst is manipulatie, zowel van de goden als van de medemens.

Religie kan je omschrijven als het bewust beleefde en gecultiveerde besef van de kleinheid van de mens en van “het bestaan” van een “hogere”.

Tussendoor: vermits het over besef gaat betekent bestaan dat het hogere niet bestaat als er geen besef is.

Het hogere kan je ook vertalen als transcendentie: dat wat me overstijgt; het grotere geheel waar ik deel van uitmaak en dat meer is dan de som van de delen en dat mijn bestaan zinvol maakt. Dat grotere geheel mag je van mij schepping heten, als je hierbij maar niet dadelijk aan een makende God denkt. Hoe dat geheel tot stand is gekomen, is voer voor de wetenschap, voor mij is het hier niet relevant. Het is er en ik wil me er in inschakelen en aan overgeven. Je kan hierbij denken aan de kosmos, de natuur – ik hou wel niet van natuurromantiek. Dat besef kan ontstaan bij het uitzicht over een berglandschap na een tocht naar de top met het gevoelen van kleinheid dat je daarbij overvalt, tegelijk met het overweldigende. Maar, bijvoorbeeld, ook bij beluistering van religieuze muziek.

Dat besef werkt verbindend: als deel van het geheel ben ik er mee verbonden, net zoals ik verbonden met de andere delen.

Het geheel geeft ook de diepste zin aan mijn bestaan. Die zin kan ik natuurlijk niet volledig vatten, anders zou het geheel niet groter zijn dan de delen en het hogere niet hoger. Maar samen met het besef van het hogere ontstaat ook het besef van zin. Het woord schepping slaat in deze context dus niet op het ontstaan van alles, maar op alles als zin.

In de evolutie van de mens is godsdienst er eerst en is religie een uitzuivering van de oorspronkelijke primitieve godsdienst. Van daar dat ook in religie de term God nog opduikt. Van mij mag je daar die term gebruiken als je hem maar niet dadelijk plakt op een God als persoon. Die persoon-God is een ander thema, hier niet interessant.

In de meeste gelovigen zitten godsdienst en religie wat met elkaar verweven. De primitieve mens leeft nog in ons. Bij de enen al wat meer dan bij de anderen. Bij mij minder.

In het christendom wordt de idee van het overstijgende van God naar de mens getrokken door de uitspraak van Johannes die zegt: God is liefde. Het christendom is in essentie een humanisme.

Nu zit er in het christendom van Jezus natuurlijk ook nog altijd wat godsdienst. Vandaar dat christenen spreken van een God die van hen houdt en die wil dat zij van Hem houden. Ik wil het hier niet hebben over de persoonlijke God, en dus weet je al dat ik het niet graag heb over die liefde tussen God en mens. Wie ze belangrijk vindt, mag ze van mij cultiveren. Maar ik denk niet dat ze essentieel is. Of nog: ik ga er van uit dat alles al in de kernboodschap van Jezus zit, maar dat we doorheen de eeuwen heen – veel te langzaam – zijn gaan groeien in inzicht in de echte betekenis van die boodschap.

Maar in die kern zit zeker ook dat die liefde waar Johannes van spreekt niet enkel over de relatie met God gaat, maar ook over de relatie van mensen onderling. Dat is exegetische gemakkelijk te staven, maar daar heb ik hier geen plaats voor.

Ik keer nu terug naar “God is liefde” en bepaal God dus als het overstijgende, dat waar ik me enkel kan aan overgeven; dat wat ik mijn leven laat bepalen; dat waar ik voor leef… en zo wordt de liefde het allesbepalende in mijn leven. En het gaat dus niet over de liefde voor God, maar de liefde voor de andere mens. 

De liefde is op zich iets waarin de idee van overstijging vervat ligt, want ze houdt in dat de andere belangrijker wordt dan ikzelf…

In feite wordt de basis van de religie dus niet meer enkel  betrokken op de schepping, maar ook toegepast op de mens en zijn onderlinge relaties.

Voor de meer filosofisch aangelegden onder jullie:

de vraag naar het bestaan van God wordt hiermee totaal irrelevant. God bestaat als ik hem doe bestaan door religieus besef en door beleving van de liefde.

Dat laatste wordt mooi uitgedrukt in de Gregoriaanse hymne: ubi caritas et amor, Deus ibi est” – Daar waar goedheid en liefde zijn, daar is God.

En Hij bestaat in de mate dat ik Hem doe bestaan. En vermits alvast ik hem ( een beetje – te weinig, maar toch ) doe bestaan, bestaat hij. Waarmee ik bewezen heb dat God bestaat. Grapje !

Of nog: ik stap over van een essentialistische (klassiek metafysische) benadering van de Godsidee (die eigenlijk totaal ongeschikt is, gezien de aard van de zaken waarover het gaat) naar een radicaal existentialistische benadering.

Ik hou van een beschrijving van God als de fluisterende roepende; van de God die me oproept: doe me bestaan ! Soms zou ik willen dat hij het wat luider roept. Maar luid roepen hoort niet bij de liefde. Liefde fluistert.

2 Antwoorden op “Bestaat God ?”

  1. Ik geloof dit:
    Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.
    (Johannes 3:16 SV)

    Verduidelijking:
    God houdt van mensen. Maar wij mensen hebben een probleem: we doen verkeerde dingen. Mensen die verkeerde dingen doen behoren straf te krijgen, maar God wil de mensen niet straffen, Hij wil ze juist vergeven. Daarom stuurde Hij Zijn Zoon Jezus Christus naar de wereld. Jezus Christus betaalde voor de zonden van de mensen met Zijn leven, door de straf te ondergaan die wij allemaal verdient hebben op basis van onze zonden: de doodstraf. Hij stierf aan het kruis, werd begraven en op de derde dag werd Hij opgewekt uit de dood.

    Als je je bekeert (je denken verandert, inziet dat je vanwege je zonden schuldig staat tegenover God; berouw hebt) en gelooft dat Jezus voor jouw zonden is gestorven, heb je eeuwig leven en ga je niet verloren.

    1. Je hebt mijn blog gelezen en dus weet je dat het thema van zonde en verlossing voor mij niet speelt. Maar ik heb respect voor je mening en geloof. De wereld zou er zeker beter uit zien als meer mensen zouden geloven zoals jij !

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.