Het geloof geeft kracht en troost

Ignis

Pieter-Paul Lembrechts SJ

Het evangelie vraagt van ons geen onmogelijke dingen

Door iets te doen voor een mens in nood treden wij in relatie met Christus zelf. Ondanks gewetensvragen (doe ik wel genoeg?) heeft Pieter-Paul Lembrechts SJ dat altijd een troostvolle gedachte gevonden.

Rechtuit gezegd: dat in relatie treden met Christus zegt me niets. Je kan die woorden misschien wel een juiste draai geven, maar ik ben geen Jezuïet en begin er dus niet aan. De meeste mensen die deze woorden horen, denken bij die relatie aan iets wat ze kennen onder mensen: een relatie tussen personen.

Ik denk dan aan de brave lerares godsdienst in het lager onderwijs die de kinderen wijs maakt dat ze vriendje van Jezus moeten zijn.

Wat later beseffen die kinderen dat dat vriendje toch wel erg ver weg en zwijgzaam is en dat je er nooit cadeautjes van terug krijgt.

Een aantal mensen vertalen dat kinderlijk geloof dan naar een soort van volwassen vorm en van Jezus gaan ze over naar God die ze dan danken voor het goede verloop van een operatie. Er zijn er ook die de heilige Rita bedanken, patrones van de hopeloze zaken. Maar ik ben in een goede bui en daar wil ik het dus niet over hebben.

Nog een beetje meer volwassen wordt het als gelovigen God zien als een kracht in hun leven. Zelfs bisschoppen heb ik dat horen zeggen. Als ze voor een moeilijke opgave staan, bidden ze dan tot God om kracht om die opgave aan te kunnen. Als dat hen helpt… mij niet gelaten. Maar ik heb ook een tijd gehad dat ik vurig bad en dat de boel toch mislukte. Blijkbaar is God soms op vakantie. Of, om bij de tijd te blijven: in staking.

Kijk, ik geloof dat God persoon is. God kan niet minder persoon zijn dan ik. Maar hij is natuurlijk ook veel meer dan persoon. Om het lapidair te zeggen: als persoon kan ik relaties aangaan met andere personen. Maar God als persoon moet in relatie staan met alle personen die er ooit geleefd hebben en nog zullen leven. God zit in een andere dimensie. Het gaat niet om een vermenigvuldiging, maar om een andersoortige relatie. Een relatie waar ik geen benul van kan hebben. Ik kan bedenken dat ze er is, maar ik kan niet bedenken wàt ze is.

Als ik God aanspreek als persoon, haal ik hem omlaag naar mijn niveau en is hij God niet meer.

Merk op dat ik het woord God hier gebruik in zijn mythologische betekenis: als een wezen.

Het is de betekenis die de overgrote meerderheid van de gelovigen nog altijd hanteren. Ik probeer me hier in hun taal- en begrippenwereld te bewegen.

Maar het is niet mijn wereld.

En neen, ik wijs het mythologisch taalgebruik niet misprijzend af, want daarzonder kunnen een aantal dingen niet gezegd worden.

God is dus geen wezen dat mij liefheeft of vanuit een andere wereld kracht toestuurt. Ik heb God voor niets nodig. De kracht ligt al in mij. Ze is in mij gelegd bij de schepping… 

Verdomme, nu zit ik toch weer in een mythe.

Maar het geloof kan me wel helpen om aan die kracht in mij te geraken.

Jezus zegt het uitdrukkelijk als hij een zieke geneest: niet ik (of God) heeft u gered. “Uw geloof heeft u gered.”

God is geen wezen. God is een gebeurtenis: hij gebeurt als ik liefheb.

Hij gebeurt als ik een hongerige te eten geef; een dorstige te drinken. Hij gebeurt als ik een vreemdeling opneem…

Hij gebeurt als ik houd van iemand die ik niet aantrekkelijk vind of die het niet waard is.

Hij gebeurt als mijn liefde voor mijn aantrekkelijke geliefde standhoudt als hij/zij mij ontgoochelt…

Die visie op God als gebeurtenis is niet zomaar een uitvinding van mij omdat ik niet kan geloven in een God als wezen.

Die visie op God als gebeurtenis zit vervat in de bepaling van God zoals Johannes die geeft in zijn eerste brief: God is liefde. Liefde is een gebeurtenis.

Jezus verkondigt zijn boodschap in verhalen; in gebeurtenissen.

Natuurlijk zit er in het geloof van Johannes nog iets van het oude geloof waarin hij is opgegroeid en dat God als wezen zag. En zojuist heb ik zelf aangegeven hoe moeilijk het is om over God te spreken zonder het aspect wezen.

Maar het zit wel al in zijn boodschap: God is liefde.

Het woord God slaat hier dan op de transcendentie: om het overstijgen… Ook  transcendentie en overstijgen zijn gebeurtenissen.

Geloven is in een eerste stap het aanvaarden van transcendentie in mijn leven. De tweede stap ligt bij de vraag: wàt laat ik transcendent zijn in mijn leven ? Wat is de moeite waard om er mijn leven door te laten bepalen ?

Op die vraag geeft Jezus een antwoord: er is slechts één zaak die moeite waard (er is slechts één God): de onvoorwaardelijke liefde.

Dat ik de boodschap van Jezus geloof, geeft me ook kracht om die liefde te beleven. Hoe sterker ik er in geloof, hoe groter de kracht.

Natuurlijk zal mijn geloofkracht nooit sterk genoeg zijn om altijd consequent de liefde te beleven. Ik ben God niet.

Misschien is mijn leven al de moeite waard als ik slechts éénmaal een hongerige te eten heb gegeven; als ik God slechts éénmaal een klein beetje heb laten gebeuren.

Misschien is mijn leven wel de moeite waard als ik slechts één blog zou hebben geschreven tegen het kapitalisme.

Dàt vind ik een mooie idee, want ik heb al vele blogs geschreven tegen het kapitalisme.

Spijtig van dat woordje misschien, want al ben ik het eens met Pieter-Paul Lembrechts dat God van ons niet vraagt dat we àlle mensen helpen, het kan toch ook niet dat ik na die éne tevreden achterover zou mogen leunen.

God is nu eenmaal oneindig: het stopt nooit. Ik ben God niet: ik moet niet alles doen. Maar ik moet wel zoveel mogelijk doen. Daarbij zal ik op mijn zwakheden en tekortkomingen stoten, maar dan zal ook ik beroep mogen doen op de onvoorwaardelijke liefde voor mijn waardeloosheid.

Geloof geeft kracht, maar is ook troostend. En juist omdat ik getroost ben, vind ik nieuwe kracht.

Ja, ik kan perfect zonder God en zonder geloof. Maar mét wordt mijn leven niet gemakkelijker, maar rijker.

 

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.