Ignis
De verborgen schittering in het leven van Teilhard de Chardin
Teilhard de Chardin was een jezuïet, maar zelfs in zijn eigen orde is hij verguisd geweest. Tegenwoordig hoor je in het jezuïtische milieu meer en meer stemmen die wijzen op de grote waarde van zijn denken.
Kort samengevat: Teilhard de Chardin was natuurwetenschapper, maar ook theoloog. Of omgekeerd. Hij probeerde de evolutietheorie die in die tijd kerkelijk nog niet werd aanvaard, te verzoenen met zijn geloof.
Nog altijd argumenteren mensen die het nog niet begrepen hebben dat wetenschap en geloof niet samen gaan. De grote leuze van de VUB is nog altijd: scientia vincit tenebras – de wetenschap overwint de duisternis. Die duisternis is voor de overgrote meerderheid van de zich atheïstisch wanenden het geloof dat ze herleiden tot dogmatisme en dus domheid. Nu hebben ze natuurlijk wel enigszins gelijk: de katholieke kerk heeft inderdaad aan dwaas dogmatisme gedaan. Maar het geloof herleiden tot dat dogmatisme is evenzeer dom. Atheïsten propageren het wetenschappelijk denken en de menselijke rede in het vrij onderzoek als oplossing voor de problemen.
Maar wat ben je met je verstand en vrij onderzoek als een zatlap je kind doodrijdt ? De heidense wereld stuurt er dan slachtofferhulp op af. Niet dat ik daar tegen ben, maar ik geloof nooit dat een psych hier echt de diepe oplossing kan brengen. Ook gelovige redeneringen doen dat overigens niet. Ons verstand schiet hier gewoon te kort. Dan begint het diepe geloof.
Ik kan in deze blog hier in deze blog niet dieper ingaan – misschien kan ik het gewoon helemààl niet – maar wil wel een aanduiding geven: het diepe geloof gaat over overgave aan God, aan wat/wie ons overstijgt.
Maar terug naar Teilhard de Chardin en zijn zoektocht naar samengaan van geloof en evolutie.
Voor Teilhard heeft de geschiedenis van de schepping – de evolutie – een richting. Ze vertrekt van chaos en evolueert naar harmonie. Van de kosmos naar de mens, waarbij het duidelijk is dat die mens nog een lange weg heeft af te leggen naar de ultieme harmonie. In deze tijd zou je serieus gaan twijfelen aan die weg naar harmonie. Maar blijkbaar gaat die weg met stijgen en dalen en laats ons hopen dat we na de helse diepte van vandaag een nieuwe sterke stijging gaan meemaken.
Een en ander veronderstelt dat de materie is doordrongen van een innerlijk en dat dat innerlijk de materie steeds dieper doordringt.
Als ik in de bergen kom, doet dat iets met me. Dat is niet rationeel, maar het verrijkt mijn verblijf daar wel innerlijk. Een boom is toch meer dan enkel een voorraad hout, wat me daarom nog geen bomenknuffelaar moet maken. Een paard is meer dan een samenvoegsel vlees …
Vraag me niet om de vinger te leggen op dat meer. Voor mijn part vind je ook dat het inbeelding is van mij. Maar wie is het gelukkigst ? Hij die vol bewondering kan kijken naar een bij op een kleurrijke bloem of hij die zich toespitst op de wetenschappelijke verklaring die de zaak totaal banaal maakt ?
De essentie van het materialisme is de gerichtheid op zichzelf. Voor wie de materie rond hem niets anders is dan materie – de mens is een zoogdier zonder ziel – draait alles rond hem zelf.
Wie de ziel in de andere ziet kan hem liefhebben.
Liefhebben is groeien in harmonie.
Voor Teilhard groeit de schepping en onze wereld naar harmonie.
Ik beken dat ik dat vandaag niet zie. Voor onze wereld van nu geldt slechts één woord: waanzin. De evolutie gaat niet in de richting van harmonie, maar juist naar chaos. De boel stort in mekaar.
Maar dat is juist de kracht van de boodschap van Teilhard: en toch.
En toch wil en mag ik blijven geloven dat onze wereld ooit tot harmonie zal komen. En toch moet ik dus ook in deze waanzin zo voelen, denken, handelen dat mijn leven bijdraagt aan die evolutie.
In ieder geval zal ik dan in alle miserie nog gelukkiger blijven dan de mens die zich cynisch richt op profiteren zo lang het nog kan.