
Als kind droomde ik er van om later met een ijsjeskar door de straten te rijden en de bel te laten rinkelen zodat de kinderen uit de tuinen naar mijn kar kwamen, gevolgd door ouders die hun best deden om niet kinderlijk te doen.
Later wilde ik brandweerman worden. Ik vond het fascinerend dat die mannen bij alarm zich aan een buis van de verdieping naar de begane grond lieten glijden. En het waren helden !
Net zoals ik dacht dat soldaten in de oorlog helden waren. Heeroom, aalmoezenier in het leger, kwam af en toe op bezoek in zijn mooie uniform en vertelde over de dappere paracommando’s die in de Congo zoveel arme belgen hadden gered. Gelukkig heb ik op tijd ingezien dat die paracommando’s ook maar sukkelaars zijn die daar hun leven riskeerden om rijken te evacueren. Anders was ik misschien ook wel paracommando geworden.
Raar, dat juist nu in een tijd waarin de derde wereldoorlog dreigt, programma’s zoals kamp Waes of Special Forces opnieuw de mensen bewonderend laten kijken naar dwazen die zich met geweldig doorzettingsvermogen militaire vaardigheden eigen maken.
Het doet me denken aan het boek Prediker uit het Oude Testament. Ja, die oude Jood van ”Vanitas vanitatum, omnia vanitas”. Hij schreef het wel niet in het Latijn, maar in het Hebreeuws, maar ik ken weinig mensen die Hebreeuws kunnen lezen. Latijn ook niet. Daarom voor jullie: ijdelheid der ijdelheden, alles is ijdelheid.
Ja, het is natuurlijk Oude Testament en als zodanig dus niet christelijk, maar dat wil nog niet zeggen dat het allemaal dikke zever is.
Prediker vraagt zich af wat tof is. Ons woord tof komt van het Hebreeuwse tov dat gewoon ”goed” betekent.
Hoe wordt ons leven tof ? Hoe leven we gelukkig ?
Volgens Prediker is het allemaal vanitas, leegte.
Vind jij comfort, een terrasje, een wagen die zeker zo chique is als die van de buur, een job met aanzien … belangrijk ?
Ben je zwaar ontgoocheld als je een promotie naar een ander ziet gaan ? Denk jij ook dat een mens ambitie moet hebben ? Wil je de beste zijn ? Ben je uit op macht ? Geniet je er van als je de baas kunt zijn ? Kan je het niet laten om anderen te laten voelen dat je slimmer of sterker bent ? Ergert het je dat je als man in de winkel achter je vrouw moet lopen ?
Voor de Prediker is het allemaal vanitas, leegte, ijdel.
Prediker heeft het uitdrukkelijk over rijkdom, eer, militaire macht …
Raar dat deze wijsheid van de vierde eeuw voor Christus – toch al een tijdje geleden – nog altijd niet tot jullie is doorgedrongen.
Maar Prediker gaat nog verder.
Voor hem kan een mens voldoening vinden in zijn werk en maatschappelijke inzet. Ze kunnen het leven zin geven.
Het geeft je een goed gevoel als je een taak goed hebt volbracht. Zeker als ze wat inspanning heeft gevraagd. Mijn poetsvrouw is blij als het dank zij haar bij mij proper is en ik dat opmerk.
Het applaus als een cellist mooi de cello suite van Bach heeft gespeeld, maakt al die inspanningen om dat te kunnen, de moeite waard. Vrijwilligers in de hulpverlening getuigen dat ze evenveel terugkrijgen als ze geven. Ik ken iemand die op de palliatieve afdeling werkt en dat de mooiste job van de wereld vindt omdat het zo mooi is als je iemand geholpen hebt om sereen naar de dood toe te leven.
Maar ook dat is vergankelijk. Het gaat voorbij, laat leegte achter, en dan kunnen we in nieuwe actie en ervaringen op zoek gaan om die leegte weer te vullen, maar ook daarna komt weer leegte. Het eindigt allemaal in de dood.
Het doet goed aan ’t hart, maar is niet het echte geluk.
Voor de Prediker is het geluk een geschenk.
Een geschenk is niet iets wat we zelf ”gepresteerd” hebben. We hebben het niet verdiend.
Een geschenk diep aanvaarden is niet gemakkelijk. Als we een geschenk krijgen, is de eerste vraag die we ons stellen: ”Wat kunnen we geven als tegengeschenk ?” Iets ”terug” geven is een poging om zelf de controle te herwinnen.
Een geschenk echt aanvaarden kan enkel als we bereid zijn om onszelf los te laten. Als we de andere eventjes groter laten zijn dan wijzelf.
Trek dat ”eventjes” nu door naar het geheel van ons leven.
Het geluk als geschenk voor het leven vertrekt vanuit het besef dat er ”iets” groter is dan de mens. Iets dat ons overstijgt. Wie er besef van heeft, kan niet anders dan zich er aan overgeven.
We zijn slechts een onooglijk kleine druppel in de oceaan die de schepping is. Maar we maken er wel deel van uit. We maken deel uit van een oneindig – zonder begin of einde – geheel. Daaraan ontlenen we de zin van ons leven.
Het gaat over de transcendentie.
Slimmere mensen dan ik hebben de idee van transcendentie natuurlijk dieper doorgrond, maar ik denk dat wat ik hier schrijf voldoende moet zijn om je te laten aanvoelen waar het over gaat.
Die transcendentie hebben we een naam gegeven: God.
Het geluk is een geschenk van God.
Ja, we mogen genieten van de goede dingen des levens; van al het lekkere en moois dat God in zijn schepping heeft gelegd.
Maar het blijft aan de oppervlakte.
Bij geluk mag je denken aan een brede stroom. Aan de oppervlakte kan het water woelig zijn. Maar diep is er een gestage onderstroom die onverstoorbaar zijn weg voortzet. In de diepte ligt het geluk.
Raar dat wij God in de hoogte situeren.