Demir sleutelt aan ons onderwijs – vervolg

Demir mag de lat voor die kennis hoog/hoger leggen binnen de perken van onze kennis van de didactiek, maar wil dat zeggen dat alle scholen op gebied van kennis gelijkwaardig moeten zijn ? Natuurlijk niet.

Ook op dat vlak is gelijkheid niet mogelijk en zelfs niet gewenst want dan belet je scholen om te excelleren in kennisoverdracht.

Zelfs mét ingrijpen van de staat krijg je onvermijdelijk nog een onderwijslandschap met scholen die qua kennis op verschillende niveau’s acteren.

Is dat een probleem ?

In de tijd dat er nog echt aparte beroeps- en technische scholen waren voor de intellectueel ”minder begaafden”, naast de colleges en athenea, stond ons onderwijs wél op een hoog peil. 

Ook toen waren er scholen die de naam hadden een hoger niveau te halen dan anderen.

Om mijn atheïstische vrienden te jennen: de colleges stonden hoger aangeschreven. – terecht ! – dan de athenea.

Zelfs nu nog zijn er ongelovige ouders die hun kinderen naar een katholieke school sturen omdat die ”strenger” is en/of een hoger intellectueel niveau haalt dan de gemeenschapsschool.

Is daar iets mis mee ?

Het gaat om vrijheid. Vrijheid gaat om keuzes maken. Keuzes veronderstellen dat er verschillende mogelijkheden zijn.

Mag een ouder kiezen voor een school op basis van haar levensbeschouwing, of op basis van het peil van kennisoverdracht van een school ook als die van een andere levensbeschouwing is ?

Mag een ouder de keuze voor een school laten bepalen door haar ”gemakkelijke” ligging in plaats van door haar goede naam ? Of andersom ?

Het streven naar gelijkheid botst met de vrijheid. Ik verkies de vrijheid.

De gelijkheid mag enkel liggen in de financiële mogelijkheden van de mensen, onafgezien van hun diploma of werk. Maar daar zijn zelfs de zich links wanenden nog lang niet aan toe.

Ik pleit dus voor een zo breed mogelijk landschap van levensbeschouwelijke scholen. Daarvoor moet het huidige gemeenschapsonderwijs omgevormd worden tot een vrijzinnig-humanistische scholengroep.

Daarmee is ook het probleem van het onverantwoord aantal lesuren levensbeschouwing in het huidige gemeenschapsonderwijs opgelost.

Is er naast dat levensbeschouwelijke onderwijs ook nog nood aan een neutraal ”staats”onderwijs dat géén levensbeschouwelijke vakken aanbiedt, doch enkel een vak ”burgerzin ?

Misschien wordt het tijd om de waarde en impact van levensbeschouwelijke lessen wat te relativeren.

Als onderdeel van een algemeen levensbeschouwelijke opvoeding in een bepaald levensbeschouwelijk milieu zullen ze zeker hun waarde hebben. In een katholieke school heeft een les godsdienst zeker haar plaats.

Maar de waarde van de lessen levensbeschouwing in een ”neutrale” school is twijfelachtig en in ieder geval beperkt. Als die les niet wordt ondersteund door een algemene opvoedingssfeer in de school en, meer nog, door de opvoeding thuis, zal ze weinig of niet bijdragen tot het verwerven van een levensbeschouwing.

Met andere woorden: ik denk dat het afschaffen van de lessen levensbeschouwing in een neutraal staatsonderwijs geen verlies is voor de ”verspreiding” van een levensbeschouwing. Ik ken geen enkele leerling die dank zij de lessen katholieke godsdienst in het staatsonderwijs, kerkganger is geworden. Ook niet in het katholiek onderwijs.

Enkel vanuit de vraag naar de lessen levensbeschouwing heb ik dus geen probleem met een volledig neutraal staatsonderwijs zonder lessen levensbeschouwing en dat zich beperkt tot ”burgerlijke opvoeding”. 

Maar wil dat zeggen dat zo ’n neutraal staatsonderwijs ook nodig is ? Moet de staat, om te garanderen dat elk kind toegang  heeft tot onderwijs, dan ook nog een apart net organiseren zonder lessen levensbeschouwing ? Voor mijn part niet. 

Een van de redenen van de verloedering van onze samenleving is precies het feit dat teveel mensen géén ”ontwikkelde” levensbeschouwing meer hebben. Moet de staat dan voor deze mensen onderwijs organiseren ?

Is het dan niet beter dat iedereen zich tot een van de gangbare levensbeschouwingen moet erkennen; en als dat echt niet kan maar partners moet zoeken om zijn eigen onderwijs te organiseren ? 

Daarbij rijst opnieuw de vraag die ik gisteren al stelde: 

Wij willen toch geen kinderen die in hun voelen, denken en handelen, 6 tot 8u per dag gevormd worden door de staat ?

Maar nogmaals: ik durf dit niet zo expliciet stellen.

De noodzaak van een totaal neutraal staatsonderwijs is een aparte discussie.

Daarbij kan ik me ook voorstellen dat levensbeschouwelijke scholen de aanwezigheid van een kritisch aantal leerlingen (en leraars !) dat de levensbeschouwing van de school afwijst of er althans totaal geen interesse voor heeft, ook niet aanvaardbaar vinden.

Misschien moet het katholiek onderwijs daar eens over nadenken. Het is duidelijk dat dit onderwijs faalt. De kerken lopen leeg, niettegenstaande het succes van het katholiek onderwijs. Misschien moet dat onderwijs opnieuw wat meer echt katholiek worden. 

Voor wie zich ergert aan dat katholieke wil ik pleiten voor een oecumenisch christelijk onderwijs waarbij de erkende christelijke levensbeschouwingen (rooms-katholiek, protestants, anglicaans, orthodox) tot hetzelfde net behoren. Het vak ”katholieke”, protestantse … wordt dan het vak ”christelijke”.

Maar dat is een uitweiding.

Ik ben het met Demir eens dat zonder discipline de kennisdoelstellingen niet kunnen bereikt worden, en ze mag het dichtdraaien van de subsidiëring gebruiken als dreigement om de scholen tot meer focus op kennis en dus ook discipline te bewegen. Maar daar stopt het dan ook.

Bedenk dat er verschillende soorten disciplines zijn.

Ik ken kleuterjuffen die een grote discipline in hun klas hadden, terwijl een oppervlakkige kijker chaos zag.

Discipline heeft ook te maken met de aard van de motivatie voor het gewenste gedrag. Bereik je dat gedrag door de motivatie van beloning en straf, of door de ontwikkeling van meer maatschappelijke motivatie ? 

Moet er niet gewerkt worden aan de groei van intrinsieke motivatie ?

Mag je de aard van de motivatie die je hanteert aanpassen aan de persoonlijkheid en het bereikte mentale niveau van de leerling ? Mag je je systeem van discipline aanpassen aan de leeftijd van de leerlingen ?

In mijn ogen is wie zich beperkt tot beloning en straf niet bezig met opvoeding, maar met africhting zoals bij een hond. 

Samenvattend: ik pleit voor zo weinig mogelijk bemoeienis van de staat.

De school is ook een opvoedingsmilieu en opvoeding is verbonden met levensbeschouwing. Elke school zou dus een levensbeschouwelijke school moeten zijn waarin de levensbeschouwing echt diep is doorgedrongen.

Misschien is er naast de levensbeschouwelijke scholen nog een neutrale school nodig, georganiseerd door de staat, maar dat lijkt me geen evidentie.

De vrijheid ligt niet in het gelijk leggen van latten, maar in gelijke financiële mogelijkheden die vrije keuze toelaten.

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *