Bekeer je ! Of denk je dat je geen bekering nodig hebt ?

Kom ik daar een niet al te goede vriend tegen die graag over zijn God en zijn innerlijk leven praat. Dat doe ik ook, maar dan wel een beetje verstandiger.

Maar goed, hij heeft het nu over de vasten die hij belangrijk vindt. Als ik hem vraag wat dat vasten dan voor hem betekent, heeft hij het over zich van alles ontzeggen: niet eten of seks hebben, tenminste niet zolang de zon boven de kim hangt. Ook meer tijd maken voor gebed. Vriendelijker zijn voor vrienden. En dat dat soms echt wel moeilijk is, maar met wilskracht en Gods hulp, lukt het hem wel.

Eigenlijk is hij best wel fier op zichzelf.

Vasten is voor hem een prestatie. Een oefening in wilskracht. Om zijn God te plezieren.

Ok, jullie hebben al begrepen dat ik het over de ramadan heb en de manier waarop nogal wat moslims die beleven (niet allemààl ! ). Je kan hetzelfde zeggen van katholieken, al komt het bij hen veel minder voor, al was het maar omdat er niet veel katholieken nog aan vasten doen.

Vroeger durfden mensen niet anders dan meedoen met de vasten. Dat leidde tot vreemde verschijnselen: niemand at nog chocolade, maar de chocoladedoos was wel even snel leeg.

Natuurlijk maakte een goede katholiek daar geen punt van. Vasten is nu eenmaal niet gemakkelijk en niet iedereen heeft evenveel wilskracht en weerstand tegen de bekoring van lekkers.

Kinderen werden aangespoord om niet te snoepen in de vasten. De snoepjes die ze normaal kregen werden  in een ”snoepdoos” gestoken. Bij Pasen was het dan ”snoep à volonté”.

Overal hoor ik vastenden spreken over de beloning die ze hiervoor van God gaan krijgen. Bij moslims is de iftar, de avondmaaltijd, na zonsondergang, een feestmaal.

Tja, zo kan ik het ook. Als ik niet vast geen feest, als ik wel vast een feest. 

Ja, ik ben wel felle tegenstander van de islam, maar dit geldt evenzeer voor katholieken: voor velen is de vasten een prestatie waarvoor ze een beloning verwachten.

Ze hebben het niet goed begrepen. Gelukkig hebben jullie mij om jullie op de juiste koers te brengen.

Ja, het gaat over een koers. In je leven vaar je een koers. Al zie ik nogal wat mensen die zwalpen.

In essentie is de vasten een tijd van bekering. Sommigen, de slechte mensen, moeten echt om keren, rechtsomkeer – links is waarschijnlijk nog beter.

Anderen zoals jij en ik moeten slechts bij-keren; bij-sturen.

De vasten is de tijd waarin ik me afvraag of ik met mijn leven nog wel op de juiste koers zit.

Dat begint natuurlijk met de vraag: wat is de bestemming ?

Je kan de pretentie hebben van zelf te weten en te beslissen wat je bestemming is. Maar als je kijkt naar de wonderlijke geheimen van geboorte en dood en naar wat je betekent in het grote geheel van de geschiedenis van de kosmos, of zelfs maar van deze aardkloot, lijkt dat inderdaad echt wel pretentieus.

Dan kom je uit op het begrip God: de transcendentie, de transcenderende. Vraag me niet of dat nu een ding, een kracht, een persoon … is. Geloven in God betekent dat ik erken dat ik getranscendeerd wordt en mijn leven laat bepalen door die erkenning; door dat geloof.

Ik durf niet van mezelf zeggen dat ik fel ”Godgevoelig” ben; dat ik goed aanvoel wat die transcendentie in mijn leven mag/kan/moet teweegbrengen. 

Ik schakel nu noodgedwongen over op mythologische taal: ik ken God niet goed en heb er spontaan niet zo ’n diep contact mee.

Gelukkig zijn er mensen (geweest) die dat talent wel hadden.

Van een Jezus van Nazareth geloven we dat hij zo intens, intiem contact had met God, dat we hem zelfs Zoon van God durven noemen.

Als ik zelf niet genoeg zie als ik naar God kijk, laat me dan maar naar Jezus kijken, zoals hij ”geportretteerd” is in de evangelies. Dan zie ik iemand die getekend is door intense beleving van liefde. God is liefde zegt de apostel Johannes.

Dàt is mijn bestemming. 

De liefde die de evangelies voorhouden veronderstelt een totaal gebrek aan streven naar macht, maar ook een innerlijke vrijheid tegenover genot. Er is niets op tegen om te genieten van de ”lekkere” dingen van Gods schepping, maar ik mag niet verzanden in streven naar genot met de idee dat het nodig is voor mijn geluk. Integendeel zelfs: als mijn zucht naar genot me belemmert in de beleving van de liefde, maakt het me ongelukkig.

Streven naar macht, genot, aanzien, ook ambitie … zijn natuurlijk. Ze horen bij de condition humaine. Als we proberen om daarvan los te komen, streven we er naar om onze ”natuurlijke” status te overstijgen. We begeven ons in de sfeer van de transcendentie.

Opnieuw mythologisch: we gaan op weg naar God.

In bijbelse taal: we proberen mens te worden naar Gods beeld en gelijkenis. (Genesis 1:26-27) Of nog, voor wie het woord God absoluut niet wil horen: we proberen te groeien naar diepere menselijkheid.

Het gaat dus om vrijheid; om vrij te zijn van het streven naar macht, aanzien, ambitie, genot … om zo bekwaam en bereid te kunnen zijn tot een ”onnatuurlijke”, beter: een ”bovennatuurlijke” liefde. Het mooie van de boodschap van Jezus is dat het ons wordt vergeven als we daar niet zo maar in slagen. Als we het maar oprecht proberen.

De vasten is dan een periode waarin ik mijn leven onder de loep neem en probeer bij te sturen. Dat houdt ook in dat ik na de vasten niet stop. De bijsturing moet blijven, ook na de vasten, anders heeft het allemaal weinig zin.

In feite hebben we voortdurend bijsturing nodig; iedere dag. Misschien dat monniken daartoe bekwaam zijn. Ik niet. Daarom is het goed dat er ieder jaar een vastgelegde periode is waarin bijsturing geprogrammeerd is.

Als jij je bijsturing concreet wil maken – dat is toegestaan – door in deze periode snoepjes in een potje te sparen, dienen ze niet om na de vasten op te eten, maar om ze uit te delen. Niet te delen. Uit te delen. En dat voor de rest van je leven te blijven doen.

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *