Ieder mens heeft recht op een tuin

Ignis

Jolanda Jacobs

De oproep om lief te hebben

Kort geleden sprak Jolanda als geassocieerd lid haar eeuwige geloften uit bij de Medical Mission Sisters. In voorbereiding daarop dacht ze na over haar roeping en spiritualiteit. De tekst ‘The call to love’ van de stichteres van deze internationale congregatie betekent veel voor haar.

Wat is dat tegenwoordig toch met die politici ? Allemaal besmet met die van het groen.

Ja, er is een tekort aan sociale woningen en allerlei aspecten in onze samenleving nopen tot nadenken over ons gebruik van de beschikbare ruimte.

Van de ene kant snap ik het wel: een en ander leidt tot nuttigheidsdenken. Bij architecten wordt dat dan: als we te weinig oppervlakte hebben, moeten we het in de hoogte gaan zoeken.

Ondertussen moet iedereen toch al weten dat elke hoogbouw van woningen leidt tot vereenzaming, vervreemding, sociale problemen. Je kan rond die woonblokken zoveel groen installeren als je wil, de problemen zitten binnen in het gebouw. De hele rimram maakt mensen gewoon ongelukkig en ongelukkige mensen maken anderen ongelukkig.

Een mens is niet gemaakt om hoog te wonen. Een mens heeft contact met de grond nodig. Met zijn twee voeten

op de grond blijven is een ware wijsheid.

Elke mens heeft recht op een gelijkvloers en een tuin.

We hebben niet meer bos nodig, maar wel overal meer groen. Weg met die grote steden. Maak van heel Vlaanderen één villawijk, één grote tuin. Ja af en toe mag er ook nog ergens een bosje zijn. Die geelzwarteputsalamander overleeft wel elders.

De natuur heeft twee kanten.

Ze kan prachtig zijn, overweldigend mooi.

Maar ze kan even goed vernietigend zijn, overweldigend gevaarlijk.

In een tuin creëren we een natuur waarmee we in harmonie zijn.

In een hoogbouw appartementenblok make we – je kan dat geen creëren noemen een ruimte waar we de natuur buiten sluiten.

Creëren betekent scheppen. We nemen deel aan Gods scheppingswerk.

Het is niet voor niets dat in het scheppingsverhaal het aards paradijs een tuin is: de ”plaats” van totale harmonie. Harmonie van de mens met de natuur en harmonie van de mensen met mekaar.

Het is in een tuin dat de mens God ontmoet.

In deze context kan je God omschrijven als ”totale, volmaakte harmonie”.

Ja, we hebben het verbrod. We hebben van de appel van de kennis van geluk en ongeluk gegeten om zelf te weten en te beslissen waar ons geluk ligt. Om zelf op zoek te gaan naar ons eigen geluk.

Daar ontstaat het egocentrisme. De erfzonde.

De mens is niet meer een ”wij”, maar een ik dat uit is op eigen geluk. Hij verstoort de harmonie.

Wie het geluk zoekt, zal het niet vinden. Wie in harmonie leeft, zal het geluk krijgen als een geschenk.

Uiteraard is het bijbelse verhaal mythologische taal. Maar het geeft wel duiding aan de toestand van de mens van toen tot nu.

We leven niet in een ideale wereld. De schepping – de natuur is niet ideaal en wij – de mens – zijn niet ideaal.

Volmaakte harmonie is niet mogelijk.

Maar juist zo ’n verhaal van een paradijselijke tuin leert ons dat het anders kan. Die tuin is er geweest (in het verhaal). Dat betekent dat hij kàn bestaan. Niettegenstaande alles wat mis loopt leert het ons dat harmonie kàn bestaan; niet volmaakt, maar in ieder geval kunnen we er naar streven. Beter: hebben we de opdracht – zijn we er toe geroepen – om er naar te streven.

Van mij mag je die harmonie situeren in de hemel, later, in een ander leven. Maar ook hier en nu al zijn we geroepen om er voor te leven. Hoe zou het leven na de dood een hemel kunnen zijn voor iemand die hier en nu niet gepoogd heeft om zoveel mogelijk tot harmonie te komen ?

En dus zijn we geroepen om naar harmonie te streven met de schepping én met de medemens.

Die twee gaan samen, je kan niet in harmonie met de schepping leven als je niet in harmonie bent met de anderen. En andersom.

Harmonie met de schepping betekent dat we de natuur juist niét zo maar haar gang moeten laten gaan. We moeten ze respecteren, maar tegelijkertijd moeten we van onze aarde ook zo veel mogelijk een tuin maken.

Een tuin is een stukje natuur dat we doordrenkt hebben van onze menselijke vermogens die de scheppende God in ons heeft gelegd.

Een tuin is aan de ene kant een moestuin: we bewerken de natuur zodat ze ons brengt wat we nodig hebben om gezond te leven.

Aan de andere kant is de tuin ook een bloemenperk dat ons vervult met een ervaring van schoonheid.

Ja, we zijn dus geroepen om de aarde te bewerken. Maar nooit mag ons ingrijpen in de natuur de harmonie verstoren. Het moet de harmonie bevorderen.

Voor wie een beetje op de socio-economische toer wil gaan: we mogen de grond bewerken om tomaten te kweken die we lekker vinden en ons gezond voeden, en voor onze arbeid mogen we vergoed worden zodat we goed kunnen leven. Maar we mogen geen tomaten kweken om winst te maken en rijkdom op te stapelen. We mogen ertsen uit de bodem halen om artsen het materiaal te geven waarmee ze ons kunnen genezen, maar niet om er wapens mee te maken of rijken nog rijker.

Wie de aarde bewerkt om rijk te worden, beleeft egocentrisme. Hij zal de aarde kapot maken en zijn medemens zal voor hem een concurrent zijn.

Ok, ik wil inbinden over die stad en die hoogbouw. Zolang we hier met teveel zijn, kan het misschien niet anders.

Maar dat verandert niets aan onze roeping om te streven naar harmonie. Om ons leven te zien als werken in een tuin, samen met anderen; als een meewerken aan Gods scheppingswerk.

 

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *