Een tuin vraagt een tuinman

Vorige zondag had ik het over een tuin als beeld van harmonie.

Maar een tuin is meer. Hij is ook beeld van handelen en overgave.

We grijpen handelend in in de natuur, maar daarna moeten we overgaan tot overgave. We verliezen onze greep op wat er gebeurt in de grond. We kunnen nog wat meststoffen toevoegen, de grond wat losharken … maar waar het echt om gaat, ontsnapt aan ons handelen. Vanaf dan beoefenen we vertrouwen.

Overgave is de essentie van het geloof.

Geloven begint met de erkenning dat er iets is dat groter is dan wij en waarbij we niet anders kunnen dan ons er aan overgeven.

Denk bij dat iets niet zo maar aan iets. Iets is iets wat binnen ons denken past. Wat groter is, overstijgt ons denken.  Je kan het God noemen, op voorwaarde dat je God niet ziet als iets of zelfs niet als iemand, want ook iemand is te klein.

Het woord God is een poging om het toch te kunnen hebben over dat grotere, over waar we ons aan overgeven, maar dat onvermijdelijk altijd een mysterie blijft.

De geloofsbelijdenis van Nicea begint zo:

Ik geloof in één God, de Almachtige, Schepper …

Ik zet hier met opzet een komma achter Almachtige.

Almachtige wordt klassiek vertaald naar: Hij die alles kan. Het is de invloed van het heidense Grieks-Romeinse denken. Maar je kan Almachtige ook vertalen naar: Hij die alle macht over mij heeft.

Een middeleeuwse ridder knielt voor zijn koning, buigt het hoofd en biedt zijn nek aan als teken dat de koning de macht heeft om hem het hoofd af te hakken. Hij erkent de almacht van de koning over hem. Dat betekent niet dat die koning een operatie kan doen lukken of een steen van 200kg kan opheffen.

Is God almachtig ? Neen, want hij kan geen steen maken die hij zelf niet kan opheffen. Grapje.

Ik geloof in de Almachtige betekent: ik erken dat er iets/iemand – God – is die alle macht over mij heeft. Ik geef me aan hem over. Sorry voor dan toch weer dat ”hem”.

Geloven – overgave – is niet gemakkelijk. Het is niet ”natuurlijk”. We hebben de neiging om het allemaal zelf te controleren. We hebben het er moeilijk mee om de controle te verliezen. En ja, er zijn omstandigheden waarin het belangrijk is om de controle te krijgen of te behouden. In het verkeer is het niet gezond om de controle over je voertuig te verliezen. Ik ga even niet uitweiden over de noodzaak om tegenover sommige mensen de controle niet te verliezen.

Wij kunnen weigeren om ons over te geven. Wij kunnen gewoon onbekwaam zijn om transcendentie te erkennen; om er gevoelig voor te zijn.

Maar net zoals bij een plant in je tuin komt je leven pas tot volle wasdom als je bereidt bent om controle los te laten; om je over te geven; om te geloven, om te vertrouwen.

Maar die God moet dan wel ”de juiste” zijn. Ik geef me niet zomaar over aan om het even wat of wie. De geschiedenis heeft nogal wat goden opgeleverd die destructief waren. Op nazi koppelriemen stond: ”Gott mit uns.”

De geloofsbelijdenis van Nicea begint ook zo: Ik geloof in één God. Slechts in één. Slechts één is de moeite waard om er voor te leven; om er dat vertrouwen in te stellen.

Je mag van mij allerlei goden bedenken, allerlei religies bestuderen, maar ik zie enkel de God van Jezus als die éne.

Voor dat vertrouwen is de boodschap van Jezus belangrijk: God is Liefde.

Erkenning van het overstijgende en overgave er aan vraagt innerlijke arbeid. Arbeid in de tuin van ons innerlijke.

Arbeid en stilte.

Volgens Feuerbach maakt het geloof in een God de mens klein en vervreemdt hem van zichzelf. Dat kleine past natuurlijk in de idee van de transcendentie. Maar is dat zo maar vanzelfsprekend ook vervreemdend ?

Feuerbach had natuurlijk gelijk: de God in zijn godsbeeld, de God van de kerk van Rome – zeker toen – was inderdaad een God, getekend door macht en onderwerping. De kerk van Rome heeft al kort na haar ontstaan zichzelf geprostitueerd aan de macht en daarmee de God van Jezus verschrikkelijk verraden.

En Feuerbach kende geen andere God dan die van Rome.

Ook tegenover de God van Jezus kunnen wij ons niet anders dan klein voelen. Maar is het vervreemdend als ik  me klein voel tegenover iets/iemand die ik kan vertrouwen ? Is het vervreemdend dat mijn overgave betekent dat ik van de liefde het allerbelangrijkste, het alles overstijgende moet maken ? 

Liefde is onafscheidelijk verbonden met vertrouwen. Maar het gaat niet enkel om ons vertrouwen in God. Het gaat evenzeer, of zelfs veel meer over het vertrouwen van God in ons. Het oneindige vertrouwen dat altijd opnieuw door ons wordt ontgoocheld, maar altijd opnieuw aan ons wordt geschonken. Het vertrouwen dat samengaat met een opdracht: een mens worden naar Gods beeld en gelijkenis. Een mens die iets kan betekenen voor Gods schepping en voor medemensen.

En dat vraagt arbeid: het vraagt gezond leven, fysisch en emotioneel. Het vraagt ontwikkeling van verstand, wil, vermogen om zich in te zetten en verantwoordelijkheid op te nemen. Kortom het vraagt ontwikkeling van talenten op alle vlakken. En het vraagt ook de beleving van arbeid niet als geldgewin voor comfort, rijkdom, aanzien, macht … maar naast noodzaak om te overleven, ook als dienst aan anderen en de samenleving.

Kortom het vraagt dat we echt mens worden. Neen, dat is geen vervreemding. Het is het tegendeel.

Ik ben deze bezinning begonnen met het beeld van de tuin.

De God van Jezus geeft ons de opdracht en vertrouwt ons toe dat we onszelf vormen tot bekwame tuinmannen en -vrouwen en dat we onze kennis en kunde dan ook inzetten om de tuin tot bloei te laten komen.

Arbeid en stilte.

Ook stilte.

Hoe kan je nu bewonderend naar een wonderlijke roos kijken terwijl je buurman keihard metal over de haag jaagt ?

Hoe kan je zelfs een plantje in de grond steken als de kermis op volle toeren draait ? De kermis van ons dwaze, jachtige, leven ?

De stilte heb je ook nodig om je telkens opnieuw bewust te worden van de diepe zin van je arbeid in de tuin, in de tuin van je leven.

Overgave, arbeid en stilte, deelname aan de schepping, creëren harmonie. Harmonie, geluk.

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *