Politieke correctheid, wat is dat eigenlijk ?

Doorbraak

Nadia Sminate

Nadia Sminate: ‘Er is nog werk aan de winkel voor ons harmonieus Vlaanderen’

‘De eerste allochtone burgemeester!‘. Zo kopte quasi elke krant na de gemeenteraadsverkiezingen van 2012. Cameraploegen stonden mij thuis op te wachten. Alle journalisten wilden van mij weten hoe het voelde om die stempel opgeplakt te krijgen. Een stempel waar ik nooit bij stil stond, laat staan om vroeg. Steevast antwoordde ik dan ook dat ik me trots voelde als Vlaming en dat, als ik in de spiegel keek, het beeld ook overeenkwam met dat gevoel

Nadia Sminate brengt een verfrissend geluid na het gehuil van de black lives matter gefrustreerden. Of moet ik het gewoon over de politiek correcten hebben ?

Vrolijke vijanden vragen me wel eens over wie ik het eigenlijk heb, als ik de politiek correcten aanval. Welnu, het gaat over een mensensoort die waarschijnlijk van alle tijden is, maar toch vooral van deze tijd.

Politiek correcten zijn geobsedeerden. Ze zijn geobsedeerd door de wil om goed te zijn. Nu is er natuurlijk niets op tegen om goed te willen zijn. Het overkomt zelfs mij soms. Goed zijn is zelfs een alomvattende en nooit ophoudende opdracht. En toch loopt er iets fout als deze bezigheid dwangmatig wordt. Want goed zijn moet een resultaat zijn van een vrije wil. Wie gedwongen goed doet, doet misschien niets verkeerd, en wat hij doet kan goed zijn, maar daarom is hij als mens nog niet goed, precies omdat zijn goede daad niet voortkomt uit vrije wil.

Veronderstel dat ik sociaal ben opgevoed. Goed zijn voor armen hoort bij mijn DNA. Nu zit er op straat een versleten geklede dame van allochtone afkomst met een slapend kind arm te zijn en strekt haar hand uit naar mij in de hoop dat ik die vul. Daar komen vele elementen samen die me een impuls geven om goed te zijn: het is een vrouw; ze is arm; ze is allochtoon; en vooral: daar is dat kind. Maar ik weet dat die vrouw daar is afgezet door een rijke man met een dikke mercedes. Ik weet dat ze met opzet versleten kleren heeft aangetrokken en haar kind een slaapmiddel heeft gegeven. Dat ze allochtoon is, is niet haar schuld. En dus beslis ik om niets te geven: mijn geld gaat naar een rijke uitbuiter. Maar als ik enkele stappen voorbij ben, keer ik terug, en geef toch een kleinigheid. Ben ik goed ? Mijn gedrag is dwangmatig. Zelfs als deze vrouw écht arm zou zijn en terecht zou bedelen, zou dit gedrag van mij nog geen goed mens maken. Politiek correcten zijn geen goede mensen.

Politiek correcten zijn altijd op zoek naar discriminatie waartegen ze kunnen reageren; waartegen ze moéten reageren. Maar juist door het dwangmatige  gaat het hen niet echt om de discriminatie, maar om hun actie er tegen. Als ik die bedelende vrouw toch een aalmoes geef, gaat het mij er niet om dat die vrouw daarmee geholpen is, want ik weet dat dit niet zo is, maar het gaat mij om mijn daad van geven. Het gaat eigenlijk om mijzelf. In al hun filantropie zijn politiek correcten egocentrisch.

Juist omwille van de dwangmatigheid kàn de politiek correcte niet zonder zijn activiteit tegen discriminatie. Als er zich niet spontaan een discriminatie aandient, gaat hij er naar op zoek en, zo nodig, creëert hij er een. Een voorbeeld daarvan is de houding van de politiek correcte tegenover de zwarte. Black life matters ! Er is in belgië zeker geen systemische discriminatie van de zwarte evenmens. Alle wetten gelden gelijk voor alle belgen, wit of zwart. Worden er zwarten gediscrimineerd ? Natuurlijk ! Maar niet door het belgische systeem, maar door belgische individuen. Natuurlijk moet daartegen gereageerd worden. Maar de politiek correcte wil zich natuurlijk niet bezig houden met individuele gevallen. Daarom verklaart hij elke discriminatie als racistisch. Zo kan hij actie gaan voeren tegen “hét” racisme. Is er in belgië racisme ? Ja, natuurlijk, maar veel minder dan de politiek correcte beweert, want de meeste discriminatie heeft niets te maken met racisme, maar met veralgemening na negatieve ervaringen of angst voor het/de vreemde. Maar dat weigert de politiek correcte te zien, want racisme kan je politiek veel beter duiden dan veralgemening of angst. Of nog: het is moeilijk om iemand er van te beschuldigen dat hij veralgemeent of angstig is, maar je kan iemand wel beschuldigen van racisme. En dus moet het voor de politiek correcte racisme zijn.

Hier stoten we op een andere eigenschap van de politiek correcte: hij moet iemand de schuld kunnen geven. Er moet iemand boeten. Want als de tegenstander niet slecht is, kan de politiek correcte zichzelf moeilijk goed achten. En dan voldoet zijn actie niet meer aan zijn egocentrisme.

Ik stelde al dat de politiek correcte weigert om te erkennen dat veel discriminatie het gevolg is van veralgemening of angst. Hij weigert aspecten te zien die niet in zijn kraam passen. Dat is een vorm van ideologische blindheid. Een ander voorbeeld daarvan is de houding van de politiek correcte tegenover de islam: hij bespeurt discriminatie tegenover moslims en dus wordt hij blind voor ideologische elementen in de islam die discriminerend zijn – bijvoorbeeld de discriminatie van vrouwen. Op dat punt kan hij niet altijd de discriminatie ontkennen, maar dan gaat hij op zoek naar verzachtende en verontschuldigende omstandigheden. Het resultaat is dat hij door zijn reactie tegen discriminatie, discriminatie bevordert.

En vermits politieke correctheid dwangmatig en egocentrisch is, stoppen politiek correcten iedereen die het zelfs maar een klein beetje met hen oneens is in hokjes.

Een aantal onder mijn lezers zijn politiek correcten. Sommigen daarvan zullen zich herkennen in mijn beschrijving. Voor hen is er nog hoop.

 

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *