Voor een betere samenleving: strijd op twee fronten

Sampol

Mohamed Ridouani

Vuur voor nieuwe vooruitgang

Een oud gezegde stelt dat als het vuur dooft de wolven naderen. Veel mensen hebben het gevoel dat vandaag het maatschappelijke vuur op doven staat. Aan ons om het met overtuiging en nieuwe energie weer aan te wakkeren

Een goed artikel van de burgemeester van Leuven. Toch ben ik wat ontgoocheld. Het is allemaal waar wat hij zegt. Maar er is ook veel wat hij niét zegt.

Ridouani zegt dat de huidige mens getekend is door concurrentie en dus eenzaamheid en vervreemding. Hij vindt dit een fout mensbeeld. Om die stelling aan te tonen haalt hij wetenschappelijke onderzoeken aan die de nadruk leggen op de natuurlijke aanleg van de mens voor samenwerking.

Maar er is iets raars. Van de ene kant krijg je van wetenschappers te horen dat de mens een sociaal wezen is, maar van de andere kant stel je vast dat in de werkelijkheid zoals we die waarnemen en beleven, de mens concurrentieel is ingesteld. Bestaat de samenwerkende mens dan enkel in de boeken van de wetenschappers ?

Natuurlijk zie ik overal rondom mij sociale mensen die samenwerken. Maar tegelijkertijd zie ik ook een samenleving waarin de concurrentie alomtegenwoordig is.  Laat het dus duidelijk zijn dat de eendimensionale mens, ofwel samenwerkend, ofwel concurrentieel niet bestaat. Beide factoren zitten in alle mensen op een schaal van heel weinig tot heel veel.

Het zou interessant zijn om nu studies beschikbaar te hebben over de verdeling van de beide factoren onder de mensheid. Is er een meerderheid van mensen met een hoge concurrentiële factor ? Of andersom ? Maar als een meerderheid vooral sociaal is, hoe komt het dan dat het economisch systeem en de politiek extreem concurrentieel gericht zijn ? In de vrije tijd hebben we het spel en de sport die gericht zijn op winnen en dus concurrentie, maar waarbij de gevolgen van verliezen beperkt zijn tot het gratuite karakter van het spel. Ik laat nu even beroepssport buiten beschouwing. Je kan je de vraag stellen of het daar nog wel om sport gaat. Je kan de gladiatoren in de Romeinse arena toch moeilijk sportlui noemen ? 

En overal in de culturele wereld zie ik afgunst en nijd; concurrentie voor een plaatsje in het orkest of een hoofdrol op het toneel…

Je kan er niet omheen: de concurrentie zit ingebakken in het mens-zijn. Kan het ook anders als de mens onmiskenbaar een individu is ? Kan ik wel overleven zonder keuzes te maken voor mezelf – ten koste van anderen ? Is het mogelijk dat een mens totaal “wij” is en totaal niet “ik” ? Veronderstelt “wij” niet per definitie “ik”, maar dan in het meervoud ?

We kunnen er niet omheen: de ik-gerichtheid hoort bij de natuur van de mens.

Daarmee ontken ik niet dat ook het sociale tot de menselijke conditie behoort.

Om de twee in perspectief te plaatsen zou ik er op willen wijzen dat we allemaal totaal egocentrisch worden geboren. Een baby is honderd procent ik-gericht. Bij normale mensen betekent opgroeien dan een groei in socialisatie; een open komen voor de andere.

De vraag is dan: hoe ver draagt die groei ? Daar zullen dna-factoren in meespelen, maar zeker ook de opvoeding. De opvoeding kan die groei bevorderen of afremmen en zelfs afstoppen. Daar wil ik hier nu niet dieper op ingaan.

In mijn ogen geldt het gegeven van de groei van ik naar wij in de persoonlijke mens, ook voor de mensheid in haar geheel.

Wie gelooft in de evolutieleer moet toch ook geloven dat ook de mensheid evolueert ?

Laat het ook duidelijk zijn dat het wij-niveau dat de mensheid als geheel bereikt, ook invloed heeft op het wij-niveau in de groei van het individu. Voor mijn part geldt het ook andersom.

Begrijp me niet verkeerd: ik stel het hier voor in een duidelijk en simpel schema. De werkelijkheid is natuurlijk ongelooflijk complex.

Tegenover de Afrikaanse mens wordt de Westerse mens dikwijls afgeschilderd als veel individualistischer. Maar die Westerse mens heeft wel een sociale zekerheid georganiseerd; althans in Europa, want de Amerikaanse mens is ergens blijven steken. Maar ik denk dat die complexe werkelijkheid de waarde van het duidelijke denkschema niet zomaar onderuit haalt. Het is dus de moeite waard om in dat schema te blijven verder denken.

Ik stelde hier boven dat in de persoonlijke groei factoren (de opvoeding) de natuurlijke evolutie kunnen bevorderen of tegenwerken. Dat geldt ook voor de evolutie van de mensheid.

Om het me gemakkelijk te maken, situeer ik de aanvang van het kapitalisme bij de grote industrialisatie met de opkomst van de massaproductie rond 1750. Het lijkt me duidelijk dat dit kapitalisme een sterk tegenwerkend element is in de groei van de mensheid naar meer “wij”.

Het concurrentiegegeven was al in de mens aanwezig. Anders had het kapitalisme niet kunnen ontstaan. Maar het kapitalisme is die concurrentie gaan cultiveren. Het heeft van de concurrentie een bepalende factor gemaakt voor economisch overleven en welstand. Het heeft het egocentrisme (om niet te spreken van egoïsme) sterk aangewakkerd door de productie puur op winst te richten en niet op dienst aan mens en samenleving. Het heeft de mens in zijn denken en voelen gericht op zichzelf door het streven naar genot en consumptie sterk te ontwikkelen. Consumptie die nodig is als stap na de productie, om winst te maken…

Blijkbaar heeft het kapitalisme de groei van de mensheid naar volle menselijkheid stil gelegd, of op zijn minst vertraagd.

Ridouani stelt maatregelen voor om die groei toch opnieuw op gang te krijgen of te bevorderen. Maar hij geeft geen antwoord op de vraag of die maatregelen wel kans hebben op slagen als het systeem waarbinnen ze moeten worden genomen eigenlijk totaal de andere richting uit gaat. Kan een moeder een sociale opvoeding geven aan haar kinderen als de dominante vader dat niet wil en actief tegenwerkt ?

Ik ben er van overtuigd dat we het kapitalisme niet kunnen verslaan als we niet actief inzetten op sociale projecten en opvoeding tot sociale medemenselijkheid. Maar ik ben er evenzeer van overtuigd dat die inzet op socialisering gedoemd is om te mislukken, als we tegelijkertijd ook niet inzetten  op strijd tegen het systeem dat die inzet terug afbreekt. 

De strijd tegen het systeem kan in deze tijd, en in deze samenleving met (relatief) hoog opgeleide mensen, slechts één vorm aannemen: we moeten de mensen confronteren met inzichten over wat dit systeem eigenlijk inhoudt en aantonen dat er voor de problemen die zich stellen binnen dat systeem geen diepgaande oplossingen mogelijk zijn. Alleen vanuit dit inzicht kunnen mensen een innerlijke weerstand opbouwen tegen de nefaste invloed van het systeem. Nog eens: dat is niet voldoende: de mogelijkheid van opbouwen van weerstand moet samengaan met positieve oproepen en kansen tot inzet voor anderen. We moeten de strijd dus op twee fronten voeren. Strijd op één front is gedoemd om te mislukken. 

 

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *