Over werkgevers en werkvragers

Grenzeloos

Hersha Kadkol

Wat is er verkeerd aan het kapitalisme?

Amazon-oprichter Jeff Bezos, Virgin Group-oprichter Richard Branson en Tesla CEO Elon Musk illustreren alles wat er mis is met het kapitalisme. Net toen je dacht dat de drie miljardairs niet nog meer het contact konden verliezen met de mensheid, besloten ze zich volledig van de planeet te verwijderen door minstens 21,8 miljard dollar van hun persoonlijke rijkdom te besteden aan ruimtevluchtprojecten

Hersha Kadol brengt een interessante tekst omdat hij niet blijft steken in socialistische verontwaardiging en pleisters plakken op houten benen, maar doordringt naar het systeem: het kapitalisme.

Ik heb het er lang geleden al eens over gehad: de termen werknemer en werkgever zijn bedrieglijk en indoctrinaire manipulatie.

Het gaat over de arbeidsmarkt. Over vraag en aanbod. Welnu, wie is er op die markt vraag en wie aanbod ? Als je de klassieke termen aanvaardt, zoals iedereen slaafs doet, dan is de ondernemer of kapitalist het aanbod: hij geeft werk. De arbeider als werknemer is dan de vraag. Maar dat klopt natuurlijk niet: in de markt bepaalt vraag en aanbod de prijs. Wat is hier de prijs ? Toch het loon van de arbeider ? Dat daalt als er veel aanbod van arbeid is op de markt, en stijgt als er veel vraag is. Dat betekent dat de arbeid het aanbod is, en het kapitaal of de ondernemer, de vraag. De ondernemer heeft werkers nodig, gaat die zoeken op de markt en betaalt een loon: hij is de vraag. De arbeider verkoopt zijn arbeid aan de ondernemer: hij is het aanbod. De terminologie moet dus omgedraaid worden: wie nu werkgever wordt genoemd, is eigenlijk de werkvrager. De huidige werknemer, wordt de werkgever.

Waarom wordt dan toch de leugenachtige terminologie door onze strot geramd, waarbij het zo ver is gekomen dat zowat niemand buiten mijn geniale ik zich daarbij nog vragen stelt ? Het antwoord is duidelijk: de terminologie benadrukt iets anders: een machtsverhouding.

In het kapitalisme ligt de macht bij het kapitaal. Het is belangrijk om dat er bij het werkvolk in te pompen. Beeld je eens in dat het werkvolk zou gaan vinden dat de macht bij de arbeid zou moeten liggen… En dus gebruiken we onbenullig een terminologie die ons telkens opnieuw er aan herinnert en het ons normaal doet vinden: de kapitalist geeft ons werk, en liefst moeten we daar ook nog dankbaar voor zijn.

Maar is het dan niet zo dat het de kapitalist is die “jobs creëert” ? Wel ja, als hij niet investeert zijn er geen jobs. Maar wat betekent zijn investering zonder arbeid ? Zonder werkvolk dat winst heeft gegenereerd, kan hij toch ook geen jobs creëren ? Waar zou hij het geld halen om te investeren als er niemand voor hem gewerkt heeft, of, als hij leent, dat er niemand voor hem werkt, zodat hij zijn lening kan afbetalen ?

Het hele kapitalisme is leugen en bedrog, gebouwd op één factor: de kapitalist is eigenaar van de productiemiddelen (gronden, gebouwen, machines, grondstoffen, energie…) en als eigenaar van de productiemiddelen, is hij ook eigenaar van de producten. Als eigenaar van de producten is hij het die ze verkoopt met winst; de winst die hem toelaat om opnieuw te investeren en op die manier zichzelf te verrijken. Ondertussen blijft de arbeider steken op hetzelfde inkomen, dat wat schommelt naargelang de arbeidsmarkt.

Hiermee is niet alles gezegd, want ik ga er tot nu toe zo maar vanuit dat alle investeringen renderen. Dat is natuurlijk niet zo, want er gaan ook bedrijven failliet. De investeerder neemt dus een risico. De arbeider neemt dat risico niet. Dat is dan ook het argument waarop de kapitalist steunt om te stellen dat hij recht heeft op de winst.

Op zich is dat natuurlijk nonsens, want al is het de investeerder die het risico neemt, het gevolg van het falen is voor de arbeider even zwaar als voor de kapitalist: bij faillissement is de kapitalist zijn geld kwijt, en de arbeider zijn werk. Zou het verlies van werk en inkomen voor iemand die het toch al niet te breed heeft, niet even zwaar wegen – of zelfs – zwaarder – dan voor de kapitalist ?

Of nog: met wat goede wil kan je stellen dat arbeider en kapit alist zowat evenveel risico lopen. Waar blijft dan het argument om de winst aan de kapitalist voor te behouden ?

Faillissementen zijn natuurlijk het gevolg van die andere essentiële factor in het systeem: de concurrentie.

Nu kan je stellen dat de concurrentie diep geworteld is in de menselijke geest. De mens stemt nu eenmaal af van het beest en er zit nog veel beest in hem. Realistisch denkend ga ik er van uit dat de niet-concurrentiële mens niet voor zo dadelijk zal zijn. Maar ik ga er wél van uit dat de mensheid met vallen en opstaan, stijgen en terug dalen, toch langzaam vooruitgang boekt in menswording. Je kan toch niet ontkennen dat de huidige mens een beetje – te weinig – méér mens is dan de eerste primitieve mens, de homo habilis ? En als die vooruitgang een feit is, waarom zou je dan denken dat er geen verdere vooruitgang mogelijk is ?

Maar dat ik toegeef dat de mens nog altijd een concurrentieel wezen is, betekent toch niet dat ik mijn best moet doen om hem op dat lage peil van menselijkheid vast te zetten ? Het betekent toch niet dat ik concurrentie moet cultiveren ?

Welnu, het is precies dàt wat het kapitalisme doet: het stimuleert de geest van concurrentie in de mens. Het houdt de mens tegen in zijn groei in menselijkheid. Het is gewoon een benedenmenselijk systeem op het niveau van de beesten, en het zet de mens vast op dat niveau.

Hitler had het over Untermenschen. Kapitalisten (en arbeiders ! ) die de concurrentie vereren zijn Untermenschen.

Europa heeft een commissaris voor concurrentie. Hij moet de concurrentie bevorderen. Hij is de super Untermensch. Als Europa het méént met zijn waarden en normen, moet het die commissaris vervangen door een commissaris die de concurrentie afbreekt en vervangt door samenwerking, niet meer gericht op winst, maar op behoeftenbevrediging.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *