De VS, onze bondgenoot

Business AM

Mick Van Loon

Wereldwijde ranglijst beoordeelt de VS als zwakste onder liberale democratieën

Een nieuw onderzoeksrapport geeft een globale beoordeling van de kwaliteit van nationale verkiezingen over de hele wereld van 2012 tot 21, gebaseerd op bijna 500 verkiezingen in 170 landen. De VS is de laagst gerangschikte liberale democratie in de lijst. Het staat slechts 15e in de 29 landen van Amerika – achter Costa Rica, Brazilië, Trinidad & Tobago en anderen – en 75e in het algemeen

Ontluisterend en een blamage voor de hele politieke elite bij ons die de VS als een voorbeeld van democratie voorstelt, een land dat juist omwille van zijn democratie onze bondgenoot moet zijn, anders dan Rusland of China.

Maar het is natuurlijk nog erger. Want deze rangschikking gaat enkel over verkiezingen. 

Verkiezingen zijn natuurlijk belangrijk in een democratie, maar er is veel meer.

Ik kan in een blog geen cursus “democratie” geven. Ik kan het ook niet omdat ik er niet voor opgeleid ben. Ik ben gewoon een burger de probeert ergens over na te denken.

Onafgezien van de manier waarop mensen aan de macht komen (al dan niet verkiezingen) lijkt het me essentieel dat een democratie mensen aan de leiding/macht brengt die de belangen van het gewone volk dienen.

Als je dat ernstig neemt is binnen het kapitalisme een democratie onmogelijk. Je kan natuurlijk mensen aan de macht brengen die door de burger verkozen zijn, maar eenmaal aan de macht kunnen die mensen niet anders dan de belangen dienen van het kapitaal – en dat zijn niet de gewone mensen.

Een politieker kan wel oprecht streven naar dienstbaarheid aan de mensen, maar hij zit in een systeem dat werkt volgens wetten en die wetten dienen het kapitaal. Daarvoor heet dat systeem het kapitalisme.

Er is tegenwoordig veel te doen over de loonwet en de beperking van de stijging van de lonen. De lonen kunnen niet beduidend stijgen, niet omdat onze politiekers hardvochtige mensen zijn, maar gewoon omdat onze economie moet concurreren met de Duitse economie en hogere lonen bij ons dan in Duitsland, de concurrentiepositie van onze bedrijven aantasten. Ook de vakbonden erkennen dat en geen enkele vakbond eist dat de politiek zich niets aantrekt van die concurrentiepositie. 

Voorstanders van het kapitalisme zeggen dan dat wat goed is voor de kapitalist ook goed is voor de werkmens: als de economie goed draait, profiteert ook de werkmens daarvan. 

Hier bij ons (elders in de wereld niet) is dat een aantal jaren na de Tweede Wereldoorlog zo geweest door speciale omstandigheden, maar die tijd is voorbij en geleidelijk aan – zo breekt het lijntje niet – komen we weer in het gewone kapitalisme terecht. De armoedecijfers bewijzen het: de bedrijven/kapitalisten maken winst, maar de armoede stijgt. De werkmens profiteert niét mee !

Daar kan geen enkele politiek tegen op: onze democratie bestaat er in dat we de mensen mogen kiezen die de belangen van het kapitaal gaan verdedigen en als het goed is, zijn er tussen die mensen ook nog enkelen die proberen om wat grotere kruimels van de tafels van de rijken te laten vallen.

Die mensen stellen het nu als een geweldige overwinning voor als ze er in slagen om 1% ( ! ) af te pakken van de rijkdom van de rijken om uit te delen aan het gewone volk. Of ze ze er in slagen, valt nog af te wachten.

De Amerikaanse verkiezingen brengen altijd onvermijdelijk mensen aan de macht die de belangen verdedigen, op de eerste plaats, van het militair-industrieel complex – daardoor is de US, een land dat altijd wel ergens in oorlog is – en daarnaast nog van een aantal kapitaalgroepen die, wie er ook aan de macht komt, mee gediend worden.

Het kapitaal is als begrip wel één, maar in de praktijk is er binnen het kapitaal natuurlijk altijd ook nog concurrentie. De kapitalisten zijn niét één. Republikeinen en democraten vormen samen het Amerikaanse kapitaal, maar vertegenwoordigen verschillende concentraties binnen dat kapitaal. Maar wie er ook aan de macht komt: het is het kapitaal dat wordt gediend.

Je ziet hetzelfde in belgië.

Hier kan je grosso modo twee kapitaalgroepen onderscheiden: het kapitaal dat zijn rijkdom heeft vergaard door de uitbuiting van Congo en alles wat daarmee verbonden is. Dat kapitaal concentreert zich uit de aard van de geschiedenis rond het koningshuis.  Daarbij hoort ook nog het kapitaal van de zware industrieën, staal en steenkool. Je kan het het belgische grootkapitaal noemen. Ook weer gezien de geschiedenis is dat voornamelijk Franstalig.

Daarnaast is er ook nog het kapitaal dat zich gevormd heeft nà de dekolonisatie en nà de teloorgang van de zware industrie (in Wallonië). Dat kapitaal situeert zich voornamelijk in Vlaanderen. De reden is simpel: Gaston Eyskens heeft in de jaren 1960 een economische vernieuwing op gang gebracht, meer gericht op kleine en middelgrote bedrijven met hoogtechnologisch niveau.

Tussendoor: dààrvoor waren natuurlijk hoger geschoolde werkkrachten nodig dan in de staal-en steenkoolnijverheid en dus was ook de democratisering van ons onderwijs nodig. Die werd ons voorgesteld als een zaak van mensenrechten, maar was in feite gewoon economische noodzaak.

Wallonië heeft toen geweigerd om Eyskens daarin te volgen en vastgehouden aan de zware industrie. De gevolgen zien we vandaag.

In die context moet het dan ook niet verwonderen dat het peil van het Waalse onderwijs triestig veel lager ligt dan in Vlaanderen: er was in Wallonië geen nood aan sterk onderwijs. De economie bepaalt !

De huidige toestand in belgië met de dreiging van uit mekaar vallen van het land – die ik zou toejuichen ! – heeft dus ook een economische grondslag.

Dàt is een van de basisproblemen van de democratie binnen het kapitalisme: de economie bepaalt véél meer dan ons wordt voorgehouden. 

We worden overtuigd om zaken te aanvaarden en zelfs na te streven omwille van menselijkheid, gelijkheid, rechtvaardigheid, democratie, mensenrechten… maar in feite gaat het over economie en dus over de belangen van het kapitaal.

En elke politieker, van welke partij ook, kàn niet anders dan die belangen dienen.

En dus leven wij niet in een echte democratie.

Nog een uitsmijter over Amerika als ons voorbeeld:

Tegen alle verdragen in beveelt de latere (éérste) Amerikaanse president George Washington de Sullivan-expeditie, een invasie en bezetting van het territorium van de met de Britten geallieerde Irokese stammen. Hij drukt erop dat zoveel mogelijk Indianen moeten worden gedood, zonder onderscheid van leeftijd of geslacht: ‘Wat de kogels niet zullen kunnen bereiken, brengen de hongersnood en de winter wel voor elkaar’. De overlevenden worden als slaven cadeau gegeven aan kolonisten met een goede staat van dienst.

Wie een beetje nadenkt, ziet dat er eigenlijk niet veel is veranderd.

 

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.