Vooruit ? Ja ! Maar waar naar toe ?

Sampol

Wim Vermeersch

Wordt Vooruit aantrekkelijk voor jongeren?

De poging van Conner Rousseau om een jonger, minder politiek geëngageerd electoraat aan te spreken verdient (meer) respect.

Van de ene kant moet een mens in deze triestige tijden gelukkig zijn met elke % winst van een al is het maar een klein beetje sociale partij, of zelfs van wat socialere fracties in overigens kapitalistisch geörienteerde partijen.

Daarmee houdt mijn tevredenheid dan ook op. Daar verandert de winst van Vooruit niets aan.

Er zijn verschillende bedenkingen die niet optimistisch stemmen.

Om te beginnen is de vooruitgang van Vooruit niet te danken aan de inhoudelijke standpunten van Rousseau, doch enkel aan zijn geslaagde personencultus. Ik hou niet van personencultus. Ik snuif dan fascisme.

Nu kan je Rousseau op dit ogenblik natuurlijk geen fascist noemen.

Maar er zijn andere elementen die in dat verband zorgen baren.

De persoon Rousseau is niet enkel belangrijk als propagandamiddel, maar Rousseau heeft ook alle provinciale secretariaten gesloten en de partij wordt strak aangestuurd vanop het hoofdkwartier. Als ik dat in verband breng met de uitspraak van Rousseau dat hij er trots op is dat er geen dissidenten zijn in de partij, gaan er al wat haren rechtstaan.

Rousseau wil ook dat de partij meer beweging wordt en “ook niet-leden mogen hun eieren in de socialistische mand leggen”. Daarvoor worden er “inspraakrondes” geïnstalleerd die moeten uitmonden  in een “plan waarin mensen kunnen geloven”.

Dat lijkt in tegenspraak met de centralisatie rond de persoon Rousseau en de strakke leiding, maar moet dat niet noodzakelijk zijn. Iedereen weet dat “inspraakrondes” de geschikte instrumenten zijn om mensen te sturen. Het resultaat is dan dat de mensen de leiding volgen, terwijl ze denken dat ze zelf beslist hebben.

Inspraakrondes zijn natuurlijk ook een ideaal middel om de meningen van het plebs te leren kennen. Wie daarop zijn programma ankert, doet aan populisme.

Als ik die elementen samenbreng krijg ik een personencultus van een sterke populistische leider die een partij of beweging strak leidt.

Waarom doet dat me aan fascisme denken ?

De leuze van Mussolini was: “Avanti !”

Nogal wat mensen willen niet weten dat er ook een links fascisme bestaat. Ze blijven vastzitten in de tweedeling links – rechts en fascisme is rechts, punt. Nu wil ik niet vervallen in semantische discussies, maar vergeet niet dat de visie van het fascisme van Mussolini op de sociale politiek er een was van de derde weg: noch liberaal kapitalistisch, noch socialistisch-communistisch, maar wel gericht op de groei van de sociale en financiële welstand van de bevolking met daarbij onder andere het invoeren van sociale zekerheid. Er zit wel degelijk een sterke sociale factor in het fascisme.

Nogal wat mensen weigeren om het te zien, maar onder Hitler had de gewone Duitser het goed. Dàt was de verklaring voor het succes van Hitler. 

Politieke commentatoren situeren Rousseau in het sociaal-liberalisme: een radicale aanvaarding van het kapitalisme en de vrije markt, maar met sociale bekommernissen voor het lot van de gewone man. 

Tegenwoordig zien we daar een toepassing van: door de werking van het economische systeem vermindert de koopkracht van de mensen en kunnen ze hun energierekening niet meer betalen, en dus komt de overheid met premies en allerlei tegemoetkomingen om de sukkelaars te helpen.

Op dat vlak verschilt Rousseau eigenlijk niet van “sociale” liberalen zoals Bart Somers of Bart Tommelein.

Het socialisme van Rousseau aanvaardt het kapitalisme en dus ook de armoede, maar het wil de armen wel helpen. Dat is niet mijn socialisme.

Van het socialisme van het charter van Quaregnon schiet niets over.

Hierbij belangrijk voor mij is ook het feit dat in dat charter het socialisme werd gezien als een emanciperende beweging.

Het is in die emanciperende beweging dat de socialistische voetbalploegen, turnkringen, fanfares en harmonieën, toneelverenigingen hun plaats vonden…

In die tijd had je in de samenleving twee instanties die het zedelijke en culturele peil van de gewone man probeerden te “verheffen”: het socialisme en de katholieke kerk.

Beiden zijn weggevallen. Er is niets voor in de plaats gekomen. 

Natuurlijk zijn er ook nu nog voetbalploegen, turnkringen… en behalve de vercommercialiseerde toplaag worden die verenigingen nog altijd geleid door mensen die geloven dat sport goed is voor de mens, net zoals muziek goed is. Maar er ontbreekt een diepere ideologische, voor mijn part spirituele basis, die je wel had in het socialisme of katholicisme.

Het resultaat zien we in een samenleving in decadentie met een schrikbarende toeneming van het aantal narcisten en meer algemeen mensen voor wie dadelijke behoeftenbevrediging een levensdoel is geworden.

Of nog: het socialisme is verworden tot een puur materialistische zorg.

Als het enkel om die zorg gaat, is een fascisme met een “goede” dictator veel efficiënter dan onze liberale democratie.

Dàt is ook de denkwereld van Klaus Schwab met zijn Wereld Economisch Forum (Davos): hij wil een wereld geregeerd door een kleine groep machtigen die er ook voor zorgen dat de gewone mensen “zich goed voelen”. Pak bij Schwab de aristocratie weg en je hebt het socialisme van Rousseau… of het fascisme.

Neen, natuurlijk pleit ik niet voor de terugkeer van de socialistische voetbalclub… maar op een of andere manier zal het socialisme toch opnieuw een menselijke ideologische onderlaag moeten vinden. Met menselijk bedoel ik dan een vorm van geestelijke grondslag voor het socialisme met daarin een mensbeeld dat het mensbeeld van het kapitalisme overstijgt en niet blijft steken in het materialisme dat onze tijd zo kenmerkt. Nogmaals: voor mijn part noem je het spiritualiteit.

Er zijn op dit ogenblik tekenen die wijzen op het ontbreken van de spirituele dimensie in onze samenleving. Je ziet de mensen zich dan richten naar het Oosten, naar yoga, meditatie, mindfulness… De bloei van dat soort nep spiritualiteit en eigenlijk van narcisme is een aanwijzing dat mensen een nood voelen.

Opvallend in de eisen bij de sociale acties van de laatste dagen is de steeds terugkerende vraag naar respect.

Maar dat soort hoopgevende signalen wordt geaccapareerd door het kapitalistische nuttigheidsdenken en zo wordt mindfulness een techniek om burn-outs te vermijden en respect iets wat de human ressources manager inschrijft in zijn programma om de productie te verhogen.

Ik vrees dat Rousseau niet de geestelijke bagage heeft om te begrijpen waar het over gaat.

 

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.